Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 47 )

o-n dat zulke menfchen hun leven wegkwijnen, maar vooral ook om dat zulke menfchen in gevaaren komende doorgaands geheel en al buiten ftaat zijn om zich eenig. zins te kunnen redden. Hunne ziel, eer het 'er toe komt, is reeds geheel door de overmaat van zorgen verlamd. Maar de bedaarde Christen, die tegen geene onzekere gevaaren zorgt, is in de gevaaren komende in ftaat om de ' beste middelen ter hulpe te beraamen en te werk te ftellen. Zou de Christen dan het verderflijk zorgen niet verfoeien, — niet haaten! — Nog meer! Door dat zorgen bemoeit hij zich met iets, 't welk hem niet aangaat. Hij fteekt zich in het verborgen plan en beftel-

ling der hoogstwijze Voorzienigheid. —- Hij wil, als het ware, in die geheimen doordringen, even als of hij het den hoogen God niet toevertrouwde. — Is het dan een bewijs van een liegt Characler, wanneer men zich met een anders zaken bemoeit, nog verachtelijker is het zich met Goddelijke dingen te willen bemoeien. Ach! arme! Wat, zou een aardworm zich op den troon der Godheid

willen plaatzen!

Hier uit volgt ook , dat het nutteloos zorgen Gods hoogfte ongenoegen zich op den hals moet haaien. — Wat toch zouden rechtgeaarte Ouders denken en doen, wanneer zij het altoos met hunne kinderen wel voor hadden , wanneer zij daar van altoos de welmeenendfte en tederfte blijken hadden gegeven, en die kinderen desniettegenftaande altoos in vreeze leefden , of hunne Ouders hun niet wel oogenblik op oogenbük ramp op ramp zouden willen toezenden? Wie zou zulke ontaarte kinderen niet mee afgrijzen befchouwen, en tot in den afgrond verfoeien! — Veel affchuwelijker dan nog is het gedrag van eenen mensch, (die zoo dwaas zorgt) tegen God; want — daar 'er zelfs geen hair van 's menfchen hoofd valt zon. der Gods Voorzienigheid, overkomt den mensch ook nimmer eenige ramp zonder dezelve. Dierhalven, —- wanneer de mensch zoo angstvallig leeft en geftadig voor die en die mogelijke ramp vreest, is het even als of hij vreesde, dat de hemelfche Vader vermaak fchepte in hem te achtervolgen met allerlei rampen, of dat die op hem loerde om hem het leven bitter te maaken. — Afgrijfelijk denkbeeld! — Naar den afgrond dan Godonteerende zorgen! — Eindelijk noemen wij nog in tegenoverftelling, dat de Beftuurder van het Heelal.zijn hoogst genoegen betoonen

moet

Sluiten