Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(43 )

moet en betoont aan hun, welke alle zorgen, boven hun bereik, aan hem overlaten. — Nergens in fchept de Godheid meer behaagen , dan daar in. Denk aan een kind, 't welk altoos gelooft en betoont te gelooven, dat zijn liefderijke Vader het wel met hem meent,— hem wel zal

doen, voor hem zal zorgen, — die het alles altoos aan

's Vaders wijsheid overlaat, —en, meent Gij, dat een rechtgeaard Vader wel anders zal kunnen , dan enkele bezigheid zijn om zulk een kind blijk op blijk van zijne tedere zorg en vaderlijke liefde te geven! — Hoe veel meer dan zal de hemelfche Vader de blijken van zijn Goddelijk genoegen vermenigvuldigen aan hun die hem laten zorgen en met asaph zingen:

Gij zulc mij leiden door uw raad, 6 God, mijn heil, mijn toeverlaat! En mij, hier toe, door u bereid, Opnemen in uw heerlijkheid.

Te Arufterdam, bij M. de BRUIJN, in de Warmoeslhaat.

Sluiten