Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 5» )

ven; kortom, dat 'er bij ons geen verwijt overig zij, van niet alle wettige middelen in het werk te hebben gefield, om dezelven voor te komen.

Ik zeg wettige middelen: want, als men zijne eer of onr,-, , aan eenen voorgewtnden vrede opoffert, dan gewisielijk koopt men dien te duur. Om met fommige menfchen vrede te houden , zouden wij fbmtijds onzen godsdienst moeten verzaaken , of met koelen moede moeten aanhooren, dat zij hunne godlooze pijlen tegen deszelfs agtbaarite waarheden affchoten ; fbmtijds de medepligti>en van hunne nadeelige voornemens , van hunne vergiftige lasteringen, of van hunne flrafivaardige ongeregeldheden moeten worden ; dan eens , aan hunnen hoogmoed de fchatting van .berispelijke gedienstigheden, van fcbandelijke laagheden moeten betaalen; dan wederom, hun vertrouwen moeten verraaden , door de goedkeurers hunner gebreken en.de verdadigers hunner dwaalingen te zijn ; hier, geen tegenweer, geen wederfiand durven bieden, tegen de ondernemingen , welke hunne eerzucht of onverzadelijke begeerlijkheid mogt fmeeden, om ons of de onzen te onderdrukken of te verderven; daar, niet dan door hunne oogen zien, en alle hunne vermetele uitfpraken blindelings onderfchrijven moeten. Doch, wij behoeven geen Iesfen te geven, om der menfchen gunst door dergelijke middelen te winnen: de verdorvenheid van het menfchelijk hart en de gewoonten van de kinderen der wereld , geven deze Iesfen, helaas! maar al te veel. Hij, die dezelven opvolgt, is een lafhartig Christen, een gevaarlijk pluimflrijker, een veragtelijk flaaf ; hij toont de menfchen meer te beminnen of te vreezen dan God. Dan, zo de waarlijk vreedzame Christenen nimmer tegen den Schepper zondigen om het fchepfel te behaagen; zij verzuimen, aan den anderen kant, ook niets (indien het maar hun geweten niet kan krenken) om in eendragt met hunnen naasten te leeven. Wij zullen u eeuigen der voornaamfle grondregelen , welken zij tot dat einde opvolgen , voordellen. ■ Deze grondregels zijn van het uiterst aanbelang, en de overdenking onzer Medechristenen allesfins waardig.

Een vreedzaam Christen is bezield met eene algemee* «e goedwilligheid. Dit is de eerfle regel. — Zijne genegenheid bepaalt zich niet tot eenen zekeren kring van bloedverwanten,vrienden of geloofsgenooten: hij befchouwt eeneu vreemdeling, eenea onbekenden, geensfins als een

we»

Sluiten