Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 54 )

nw* voor die verzuimen zijn ? Daar en boven, deze overweging belet hem volftrektelijk zijnen minderen te veragten. Voor de allergeringfte menfchen zelfs is de veragting ondraaglijk; ja daar zijn 'er geen , in welk eenen ftaat het ook zij, die gelooven kunnen, dat zij dezelve verdienen: en, als men het wel inziet, zijn 'er na evenredigheid ruim zoo veel grooten en rijken veragtelijk, als behoeftigen en geringen. De hoogmoed, de trotsheid, de verwaandheid zijn zelve wezenlijke kleinheden; het zijn onteerende vlekken in hen, die deze ondeugden vertoonen, en veroorzaken ftnertelijke wondep in de genen, die daar van de voorwerpen zijn.

De vreedzame Christen , dit is de zevende regel, breidelt zijne tong. Hij heeft van den Apostel ja co bus geleerd, dat zij vol is van doodelijk venijn; (*) dat zij een vuur is, 't welk in de grootfte vlammen kan uitbarften; en hierom zal ik niet flegts zeggen, dat hij zich van kwaadfpreken en lasteren onthoudt; het is genoeg bekend , hoe fterk deze ondeugden de rust van de menfche' lijke [maatfchappij verftooren; maar, dat verder gaat, hij verbied zich zeiven alle beledigende fpotternij; hij weet, dat wij niet befpot willen worden, vooral in tegenwoordigheid van andere menfchen, ja, dat zelfs dan als wij daar over niet kwaad fchijnen te worden, de fcherpe pijl in ons hart blijft zitten: hij ziet dagelijks voorbeelden van menfchen, die zelfs van vrienden, door fchampere fpotredenen, vijanden geworden zijn; en hij neemt des te minder eene hebbelijkheid aan, die zoo onaangenaam voor anderen is, vermids zij zelfs de inborst bederft van hem, die ze zich heeft aangewend. Hebt gij een [potter geuien, zegt salomon, (f) van eenen zot is meer verwachting dan van hem. Om deze zelfde rede is hij vooraigtig en ingetogen in zijne gefprekken. In de zodanigen, waar in de meefte vrijheid heerscht, verliest hij evenwel nimmer het welvoeglijke, met opzigt tot de tijden, plaatzenen perfonen uit het oog; hij gaat, zoo veel hij vermag, daar in te raade met hunnen fmaak, en laat *er fteeds het voornemen, om hen te behaagen, iu doorftraalen; hij vergroot dus geensfins het getal van die gees« fels der famenleving: het zij die, welken door eeuwigduurende, hardnekkige en verveelende tegenfprekingen , elk

kwel-

<•) Jaeah. III: 6, 8. it.) Sfrtuk. XXIX: ao.

Sluiten