Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 67 )

mij daar op genodigd in eene weeklijkfche oefening -tdaar ben ik verfcheiden maaien geweest —- elk verhaalt hier zijnen toeftand — de ééne ziet zó veel en de ander minder van zijne zonden — elk vertelt een bijzonder ge-

val de meeste gevallen zijn wanhoopig — men be-

fchouwt zich nog meest als op den rand der hel — de Leeraar heldert dit alles door bijzondere gevallen op — geen één van deze gevallen zijn uit den Bijbel genomen op die akelige voorbeelden wijst hij ons — en wij vertrekken meest al raadeloos, als zulke die aan hunne zaligheid wanhoopen, naar onze wooning. —- In dien ftaat ben ik reeds eenige weken — ik heb noch dag, noch nagt

| iust God is mij een vertoornd rechter - 'er is geen

zaligheid voor mij - ik loop veelal met het klamme zweet op mijn aangezigt - ó God, roep ik dikwerf, mijne zonden zijn te groot dan dat ze kunnen vergeven worden! I.i dien toeftand komt wederom mijn bovengemelde vriend bij mij - Hij raad mij het gebeurde en mijnen toeftand aan U Edlen te fchrijven, met verzoek om raad en onderrigting. - Dien raad heb ik opgevolgd. - Andwoord mij dan nu, bid ik u, op dit mijn gefchrijf - help een verlegenen te recht, op dat ik toch eens leeven mag tot eer van mijnen Schepper en ten nutte van mijnen medemensen. *«- In die verwachting ben ik

U Edlens heiltoewenfehende Dienaar Yy* cornelis.....

Zie daar lezer eenen brief, die u de handelwijs van veele blinde Leidslieden in het daglicht ftelt. — Wij zullen op denzeiven eenige aanmerkingen meJedeelen , en dergelijke cornelissen trachten te rechtte brengen.

De bovengemelde Leeraar noemt ons Weekblad Remonflrantsck, om dat wij de algemeene aanbieding daar in leeren en ten fterkfte voorftaan. — De man behoort zeker onder dat foort van Leeraaren, die de leer van de hervormde I 3 Kerk

Sluiten