Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7* )

Gij hebt dit euangeli te gelooven — jesus door het ge* loove aan te nemen en dus te vertrouwen dat Gods woord waarachtig is.

Bid — dat God u tot jesus trekke — uwe ongerechtigheden, het is waar, zijn overvloedig, maar de vergevende barmhartigheid is, door zijne verzoening, nog overvloediger. Wees goeds moeds : grijp moed, want de gunst, waar naar gij zoo ernftig verlangt, is een vrij gefchenk. En (gezegend zij God voor deze verbazende barmhartigheid!) zodanig zijn de handelwijzen der genade, en zodanig is de natuur der vergiffenis; dat, gelijk uwe eeuwige zaligheid aan 't genot daar van verknocht is, dus ook de eeuwigduurende eer van jehova door het vrij uitdeelen van dezelve ouuitfprekelijk bevoorderd wordt. —— Daar is derhalven geene rede, dat gij op zulk eenen beevenden affland zoud ftaan , als of 'er zulk eene gunst voor u niet was ; maar gij moogt met vrijmoedigheid dezelve, in eenen weg van genade, door het bloed van je. sus, verwachten, en de waarheid zelve heeft zeer plegtig verklaard, dat gij niet te loor zult gefield worden. (*)

Gij, die op waare euangelifche gronden vertrouwt , dat jesus uw Zaligmaaker is, gij behoort uw hart te vervullen met alle heilige genegenheden tot uwen Zaligmaaker. Uwe monden moeten overvloeien van lof en dank. Zijn u veel zonden vergeven, dan behoort gij veel lief te hebben. — Dat een ieder uwer dan juiche:

jesus liefde zal ik roemen —

Hem — mij'n Vriend, mijn gocl noemen!

Tot mijn uiterfte oogenblikken

Zal dit hart voor jesus tikken!

Eeuwigheden — eeuwigheden ——

Zal ik tot zijn' lof belleden!

C) Matth. XI: 28. JoSn. VIï 37.

t Te AnuTstdam, bij M. de BRUIJN, in de Warmoesftraat,

Sluiten