Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND, i'ii *fiuj- 11 ~* SY\ Jo.

Want deze rechtvaardige Qinan) woonende onder hen, heeft dag op dag (_zyne~) rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en hooren van {hunne~) ongerechtige werken.

2 petr. II: 8.

LOTHS CHARACTER.

De bovenflaande woorden lezende , vergeleek ik hier mede de aantekeningen van m o z e s (*) omtrend dien rechtwirdigen loth. Verfcheiden bedenkingen vond ik ter beandwoording, zoude het getuigenis van petrus, wegens dezen man , fteek houden. Veelen van onze hedcndaagfche, zogenaamde moderne, Uitleggers waren mij hier in geenszins behulpzaam.

Dus fchilderde hem de Heer jerusalem: „ Volgends „ de belofte, aan abraham gedaan, wordt loth met de ,, zijnen gefpaard; doch hij toont zich voor het overige, de zwakfte. de onnadenkendfte mensch te zijn, bij wien de kennis van een Opperwezen, die hij van abraham hadt overgenomen , zonder de uiinfle uitwerking is: wiens „ gantfche zedelijkheid enkel beftaat in de oefening van het „ recht der gastvrijheid : die aan de boosheid van het volk, ,, onder het welk hij woonde , wel geen deel had geno,, men, maar echter zeer gerust onder het zelve verkeerde: „ die geen zwarigheid vond, van zich met dat volk op het „ nauwfte te verbinden: die de fchande niet gevoelt, aan welke hij, in zijne vreesagtige befluiteloosheid, de zij„ nen ten prooi wil geven; die het onnatuurlijk wanbedrijf, „ waar in hij eindelijk vervalt, in zijne bedwelming wel niet

,, kenii

CD Gert. XIX.

III. deel. K

Sluiten