Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C/5 )

«nbetaamlijke driften der Sodomiten. — 't Is waar. hij bewilligde , dat zij jongelingen uit Sodotn zouden trouwen-, maar wie zal bewijzen, dat deze jongelingen (*_) aan alle Sodoms gruwelen deel hadden; en zo dit al waar mogte zijn, is het waarfchijnlijk voor loth onbekend geweest, alzo zij zich zeker in zijne tegenwoordigheid doorgaands zedig en ingetogen zullen gedragen hebben. ■

Intusfchen kan men ook nergens mede aantoonen de ge.willigheid van loth in het uithuwelijken zijner Dochteren san deze lieden. —— Alleen lezen we 'er van, dat deze Jongelingen zijne Dochters nemen zouden. —— Ook blijkt het uit alle omftandigheden , dat deze haaren ongehuwden ■ftaat moede waren, en dus loth, welügt uit vrees voor ergere gevolgen, hebbe moeten bewilligen, het geen hij niet beletten konde. — LVIisfchien wist hij voor zijne Dochters geen beter gelegenheid , alzo de overige iuwooners van Canaan reeds tot zwaare zonden vervallen waren. Althands de Zoons» der Aardsvaderen gingen naar het Land hunner namaagfchap , om aldaar Vrouwen te nemen. Doch voor ongehuwde Vrouwsperfonen was het niet welvoeglijk, met dit oogmerk; verre rei/.en te doen. In deze omftandigheid was het voor loth raadzaamer, zijne Dochters ongehuwd te doen blijven ; maar , dit met haare geneigdheden niet ftrookende , wierdt hij genoodzaakt' uit twee kvvaaden het kleinfle te verkiezen. Hierom waren ook de Engelen ter redding van zijne Schoonzonnen bereidvaardig, welken echter wegens hun ongeloof zijn verloren gegaan. — Dit alles laat zich hooren ; maar hoe maakt men het daar wede , dat loth zijner Dochteren eerbaarheid aan de gruwelijke Sodomiten aanbood? 't Is zo, eenige Kerkvaders (f) hebben loth des wegen geprezen. Doch men kan zijn gedrag onmogelijk rechtvaardigen , vooral ^o hij waarliïk zijne Dochters aan de baldaadigheid der Sodomiten wilde overgeven.

Veelligt was het voorneemen van loth niet zoo zeer zijne Dochters ten prooi te geven , dan wel om te toonen, hoe veel belang hij ftelde in de veiligheid zijner gasten;

C*) Hoe deze Jongelingen loths Schoonzoonen kunnen genoemd worden, daar zij nog niet getrouwd waren met zijne Dochteren, kan men zien bij rivet, in Exercit. in Genej'. ad h. I.

(t) j- Chrysostomüs Hamel. 4> Genej. Opp. Tom. II. p. 404. en ambrosios JUb. I. de Abraham Cap.6. Opp. Tom.I. ■a". 226.

Ka

Sluiten