Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(79 )

waar in dan toch de waare hefde , hoogagting en eerbiedig ontzag voor God en zijne wetten gelegen zij? — Zeker hij zou grovelijk dwaalen, die beweeren wilde, dat men God naar waarde hoogagten en beminnen kan, wanneer men Hem voor zich zelf alleen maar tracht te dienen ; en geheel onverfchillig is , hoe onze medemenfchen zich tegen dat allerzaligst Wezen aanftellen en gedragen?

Het gedrag van loth is te prijswaardiger , wanneer wij ons hem met zijne huisgenooten in het midden van zoo veele godlooze menfchen voorftellen. Hoe ligt hadt hij, onder zoo veele duizenderlei verleidingen, zijne ziel kunnen bennetten , zoo hij niet waarlijk godvruchtig geweest en door godlijke genade daar voor bewaard was. —« Doch zou nu loth in het midden der boosdoeneren van mededeelgenootfchap aan de zonden zijner Stadgenooten bevrijd blijven , zou zijn huisgezin niet een zweem en gedaante van deze levenswijze zijner medeburgeren vertoonen, hoe nodig was dan niet, dat de man (leeds levendige indrukken hadt van het zondige , onbetaamlijke en fchadelijke van alle deze dingen? En hoe kon hij hier van zulke levendige indrukken hebben , dat zij hem en den zijnen tot een bewaarmiddel dienden, zonder dat zijne ziel met eene gevoelige fmert over het zondige daar van dagelijks aangedaan en doorfneden werdt?

Hoe voorzichtig en onderfcheiden moet ook loth in zijn handel en gedrag geweest zijn; andersfins toch hadden ze reden om te zeggen , hij is niet beter dan wij zelf. loth fneed alle dergelijke befchuldigingen af; de diepe indrukken die hij droeg van 's Lands zonden, deed hem zelfs zulke geoorloofde dingen vermijden , die aanleiding tot kwaad zouden kunnen geven: daar bij maakte hem deze gemoedsgefteldheid wel eens tot een' trouwen waarfchouwer; en wie weet hoe veel kwaads wel door hem zal belet zijn ; altands zijne zielfmerte over alle de godlooze daaden , walken hij zag en hoorde , zal hem menigmaal tot Gods throon gevoerd , en Gods langmoedig dragen van Sodom in 't middelijke bevoorderd hebben. Dit toch is zeker, indien 'er nog negen zulke rechtvaardigen in Sodom geweest waren , de Stad was geen prooi aan de vlammen geworden (*).

Het gedrag van loth was insgelijks Gode behaaglijk. Immers de Heere geeft van hem in zijn woord het lof-

lijkst

(?) Gen. XVIII: 3a.

Sluiten