Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND* ca^^^p—as

SV\ 33.

Gij hebt van kinds af de heilige Schrift geweten.

2 tim. Hl: i5«

ALGEMEENE BESCHOUWING VAN DEN HONDERD NEGENTIENDEN PSALM.

Onder alle de fchriften der Ouden zijn 'er Zeker geen gewigtiger, dan die Joden en Christenen voor Godlijk erkennen, onder dezen geen belangrijker, dan de Pfalmen, en onder alle deze gedeukftukken is niets voortreffelijker, dan de CXIX, welken wij daarom overwaardig keuren otn met eene bijzondere oplettendheid te worden gade geflagen. Laat ons met onderfcheid fpreken van den Inhoud en hei Rebeleid, den Maaker, Tijd en Gelegenheid, dichterlijken /lanleg, Oogmerk en Gebruik.

Deszelfs Inhoud blijkt ons terftond uit den eerften aanvang des gedichts , alwaar de godvruchtige Dichter mee zaligfprekingen aanheft.

De onderftelling van fommigen, als of hier een vervolgeling om des geloofs wil wierd ingevoerd, komt hier niet te pas. (*) 't Is geen martelaar van de waarheid, maar van ftaat. Het geluk en voordeel van den godsdienst, het rampzalige van een ongodsdienstig leven , de lof van waare deugd en godvrucht en des Godlijken woords, derzelver rigtfnoer en fteunfel, zie daar de hoofdzaak, welke hier heerscht, het middenpunt, waarop alles doelt,in dit alleruitgebreidfte ftuk.

Dus is het onderwerp van 's Dichters arbeid niet nieuw en

vreemd;

00 H. Venkma. in Pf. p. 169, en zou hij eene uitlegging als de I/ïigoge van H. C. in ii/ujio Brem. T. II. ook' niet met reden , hebben afgekeurd?

Hl. DEEL. L

Sluiten