Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND,

eg

Vermaant malkander en , en ftigt de één den anderen.

I thess. V: ii.

—«xtfeaBafr, .....jSBSltfr, jgjgar^a,, -.

ONZE VERPLIGTING OM HET WAAR GELUK VAN ONZEN NAASTEN TE BEVOORDEREN.

Hoe meer wij in het oogmerk onzes beftaans en van het groote doel onzer beüemming overtuigd en doordrongen zijn, zoo veel te meer zullen we ook alle onze vermogens ten nutte van onze mede-menfchen, aanwenden.

Wij zijn allen gefchapen voor eene eeuwigheid, en daartoe moeten wij ons op deze wereld voorbereiden. In het 'euangeli van jesus cuitisTus worden ons de middelen, ter bereiking van dat einde, aangewezen. — 't ls bijgevolg onze pligt, -dit euangeli naarftig te onderzoeken , hoog te fchatten, en daar uit alles op te fpooren, wat de zaligheid, zo van ons zeiven als van anderen , kan bevoorderen.

Wij zijn allen kinders van éénen vader — uit het zelfde bloed gefproten en op deze wereld geplaatst ora aan de oogmerken van onzen Schepper te btiindwoorden.— Deze oorfpronglijke gelijkheid vordert eene algemeene liefde omtrend alle onze natuurgenooten, en moet ons dus aanzetten, om het geluk van allen, zoo veel mogelijk, te willen en te bewerken.

Hierna, zullen wij des te meer trachten, wanneer wij de waarde en de grootheid van den mensch kennen en gevoelen. — Hij is het voortreflijkst fchepzel op deze benedenwe» reld, een toonbeeld der Godheid, een pronkftuk zijner vingeren. — Met de edelfte vermogens voorzien, waar door hij zijnen Maaker kan kennen en verheerlijken, is hij geHl. heel. M fcha»

Sluiten