Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 90 )

fcbapen en beflemd voor eene eeuwigheid. — Zulke fchep.

zeis zijn wij allen — die menfchen heeten hoe groot

wordt uit dat gezigtpunt onze waarde! Gevoelen wij die

waarde, die grootheid — dan zullen wij voorzeker het niet alleen onze duurfie verpHgfrag, maar vooral ons geluk rekenen, om die waarde der menschheid te verhoo»en en tot haare belremming op te leiden. Schepzels gelukkig te

maaken, dis God door alle eeuwen kunnen verheerlijken

welk een zalig genoegen zal dit niet voor ons zijn in deze en in de toekomende wereld!

Deze verpligting klimt al hooger — wanneer wij den mensch tevens als Christen belchouwen. Naar hem genoemd te zijn, die de Ysrjosfer der menfchen is — deszelfs leer te belijden — denzelfden Zaligmaaker te vereeren, die zondaars door zijn bloed tot zijn eigendom gekocht, en den weg van verzoening en vrede gebaand heeft — onder hetzelfde aanbod van dat eviingeli te leeven welk eene betrekking! hoe nauw, hoe zalig is dezelve! Maar deze

betrekking te erkennen, alle Christenen broeders en zusters te noemen, en elkander geen deelgenooten te willen maaken van die zaligheid, welke ons in het euangeli gepredikt wordt, is den naam van Christen te verlochenen, en voor heel de wereld te toonen, dat men geen leerling of navolger van dien christus zij, naar wien wij Christenen genaamd worden.

De overweging van de beandwoording aan het oogmerk van God en jesus christus is insgelijks eene fterke drangrede tot deze onze verpligting. — God is Vader aller menfchen, hij wil het geluk zijner fchepzelen. Dit toont hij in alle zijne werken zoo zigtbaar, dat wij allen moeten bekennen en juichende roemen, God is liefde! — jesus christus ging, geduurende zijn verblijf op aarde, het geheele land door, goeddoende. - Overal predikte hij den weg der zaUgbeid —- alle zondaaren riep bij tot hem, om behouden te worden — de grootften der zondaaren maakte hij zelf zalig — eik, die wilde, kon en mogt komen, zondaars riep hij tot bekeering — dezen bragt hij tot zijnen Vader — daar voor badt hij dervende ! ■— Wie heeft ooit meer lief gehad dan deze? — Hij leed, hij ftierf voor zijne vijanden! en nog is hij dezelfde — hij leeft in alle eeuwigheid om voor de zijnen te bidden — en roept nog van zijnen hoogen hemel, door zijne knegten, zondaars tot zij. ne getneenfehap. — Daar nu God en zijn Zoon, jesus christus, het geluk hunner fchepzelen willen, en daar

toe

Sluiten