Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND.

3V°. 33.

God zeide; neem nu uwen Zoon, uwen eenigen, dien gij lief hebt, izaSk , en gaat henen naar het land Maria; en offert hem aldaar tot een brandoffer, op één van de bergen, dien ik u zeggen zal.

gen. XXII: 2.

HET BEVEL GODS AAN ABRAHAM, OM HEM ZIJNEN ZOON TE OFFEREN.

Voor mijn huisgezin het XXïlfle Hoofddeel van mozes eerfle boek lezende en zoo veel nodig ophelderende, blijf ik na deze nuttige oefening met mijne gedachten bijzonder werkzaam op het bevel van God aan abraham, om hem zijnen Zoon te offeren.

Ik zag eenige Schrijvers over dit ftuk eens na, en bevond wel dra, dat de Schrijver der fragmenten en daar na deszelfs Uitlegger, ook deze gefchiedenis bettreden, ja geheel verworpen heeft.—Zoo redenen ze: „indien abra„ hams voorval, door mozes geboekt, waarheid zij, „ dan heeft God menfchenölfer geboden; doch dit is niet „ alleen met de heiligheid van het Opperwezen, maar ook „ met de wetten der natuur ten hoogfteu ftrijdig, ja ver„ woest zelf het menfchelijk gevoel ; want volgends zulk „ een bevel moest een man, als abraham, zich van III. deel. N „ het

Sluiten