Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ioi )

aanmoedigend voorbeeld voor zijn gebeele nakomelingfchap. — Toe hiertoe was hij, door de geduurig duidelijker en volkomener kennis van God, van flap tot flap, daar henengeleid, dat zijn geloof het afbeeldfel zou zijn van het volmaaktfie vertrouwen, waar toe de overtuiging van eenen allerhnogften, wijzen en alnmgtigen Reaeerer der waereld, den mensch kan verheffen. Maar nu zou abraham ook aan allen, die met hem dezen allerboojflen God belijden; door zijn eigen voorbeeld leeren , welk een dar/deHjk, welk een msgtig gronöbeginfel dit geloof is; en, door de uiterfte daad van gehoorzaamheid, waar toe de n?tuur bekwaam is, het bewijs opleveren, dat dit geloof, als een daadelijk grondbeginfel , de alleronbepaaldfie bereidwilligheid in zich bevat, om onze tederfte neigingen,, oize aangenaamde ontwerpen , aan den wil van het all'erwijste en beste Wezen op te offeren, en zelfs daar, waar de oogmerken van deszelfs wijsheid ons geheel onnafpoorlijk zijn, waar alles rondom ons duister, ter neder geflagen en troosteloos is, ons aan zijne fchikkingen en bevelen, gehoorzaam en bedaard van ziel, te onderwerpen;

Daar en boven zullen de belijders van den Allerhoogflen; in het voorbeeld van abraham, tot hunne aanmoediging, befchouwen, welk een mag tig grondbeginfel dit geloof is: en tot welk eene grootheid, zelfs dan, wanneer de natuur fidderen en bezwijken moet , zij door het zelve verheven kunnen vyorden. Dit is de bedoeling van den godlijken eisch. Wie kan nu daar in iet berispelijks vinden?

Abraham, fchoon hij de ftem van den Eifcher kende, zal nogthans, op het hooren van dit bevel, al fidderende in onmagt bezweken zijn. — Rij zijne herkoming zal hij op deze of dergelijke wijze geredend hebben. — ,, Hoe klopt mij 't hart! o ijzelijke woorden! — Ik mijnen izaük als een lam ter flagting leiden , keelen!.. dat kind van ons verlangen 1 van u, groote God, zoo lang voor de geboorte beloofd ! — om wiens geboorte de Engelen den troon verlieten, en ik van God zelf de gastheer wierd, moet ik dien, dien onnozelen, al de vreugde van rhijn sara, al 't vermaak van ons gezin, ai de zegen van mijn gedacht, die elk een lachen zoude wezen, moet ik mijne Liefde.... Hemel! neen! gij zijt niet wreed... mijnen eenigen!... dien ik lief heb! dooden!... neen!... 't was doch de ftem van mijnen Verbonds God.. ik hoorde haar menigmaal. Ik ken' dien glans zijner aannadering... naar Moria gaan!., verwijderd van sara, en daar, in eenzaamheid- ïz 3 a k Aagten!.'..

N 3 Wat

Sluiten