Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 112 )

oogenblikken ftil ftaan bij het formulier, om den Doop te-

bedienen aan kleine kinderen der geloovigen zoo ftaat 'er

aan't hoofd Welke kinderen? — Veelen zullen zeer

wel andwoorden van geloovigen maar vraagt ge verder-

meent gij kinderen van menfchen, die het waare Zaligmaakend geloove deelachtig zijn en die alleen? fa zeggen ze Vraagt ge al verder: gaat dan het geloof der kinderen tot dé Ouders over? Is het een erfrecht? Worden dan kinderen van zulke waare geloovigen, als gij meent, alléén Zalig? En zoo die kinders, opwasfende, blijken geven van ongeloof zijnze dan uit dit recht vervallen? Is 'er dan een afval der heiligen? —- Men heeft hier zich met dit onnozel andwoord beholpen, dat de kinders niet perfoneel maar betreklijk in het geloof der ouderen en dus in het verbond begrepen waren. — Onnozele Vond.1 De fchrandere Mennoniet fteke dan vrij het Vaandel van overwinning op! Wat toch is eene

betrekking tot het verbond zonder verbondeling te zijn ?

Wat is betrekking tot het geloof der Ouderen zonder te ge

looven? Een louter niet een verdichtfel, e%i

herfenfchim! Geen wonder, dat zulke Leeraars zwa-

ngheid gemaakt hebben, om de eerfte vraag van het formulier te lezen, en dat ze nalaten, opzetlijk nalaten, het gebed en de dankzegging te gebruiken. Wilt ge in 't geval waar van we fpreken, de proef nemen, leest dan het doopformulier voor kinderen eens aandachtig na, , verftaa Gods

Verbond m dien zin, als wij u gezegd hebben; door de eeuwigheid van dit Verbond de onveranderlijke trouwe van God

in deze belofte door het woord geloovigen gedoopte

Christenen; en gij zult onbefchroomd alle vragen mogen voordellen, als ouders durven beandwoorden, en het gebed en de dankzegging nadrukkelijk vinden.

Te Amfterdam, bij M. de BRUIJN, in de Warmoesftmt.

Sluiten