Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C li» )

edelhart. Harten voor elkaér gefchapen, fcheidt de God der uefde met! — Hier was hij weder enkel aandoening.

ik. Ik fpreke hier over dikwerf met mijne Lotgenoote

Nj een poosjen gezwegen te hebben, fprak edelhart met een ruimer adem. -~ Mijn lieve cornelia is een

liefhebfter van zingen zij heeft mij verzocht om een

wiegezang ik, die geen poëet ben, heb echter zoo

lang gezocht, tot ik 'er een voor haar vond, wilt ee het eens hooren? "

ik, Als het u gelieft.

edelhart las:

wiegezang.

Alleslievend Opperwezen I

Caaven - fchenker ! Hemelheer I Cij zendt firoomen van uw goedheid

Op dit wag'lend wiegjen neêr; Uit welks engte een teder wicht jen,

Wien het [preken nog ontbreekt, Met zijn flomme onnozle traantjens

Om uw dierbren bijftand fmeekt; Traantjens, door de pijn aan 't vloeien,

Die de tengre leedjens krenkt. Daar zij 's werelds morgengaaven ,

Aan den nieuwgeloornen [ckenkt. Jjfdle wereldl [paar uw kwelling,

Laat dit* teenen-huisjen vrij, Hier woont on[chuld, kier woont ootmoed,

Oefen hier geen1 heer[chappij! Ween niet, Kindjen! V is Gods vriendfchap,

Menfchenliefde, die u leid Over V doornig pad der wereld

In de fchoone zaligheid, 'f Ganfche menschdom zakt allengskens

Uit de wieg in 't [lille graf; Even als t dit paereldropjen

Zakt itw roazenkaontjens af. —

V Schijnt

Sluiten