Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C "9 )

V Schijnt de weenende oogjens luiken.

Overmand door flaapenslust. Zulk een balzem dooft de fmerten,

V Kindjen fmaakt een zoete rust. Zagtjens ... nog een klein gebedjen,

Dat bij ,t wiegedeuntjen dient: ,, Vader van de gantfche fchepping,

,, Waare Mensch- en Kinder - vriend! „ Laat het Kindjen. tot mij komen,

„ Sprak uw vriendelijke mond.

Zekerlijk naamt ge ook deez* zuigling

„ In uw heilzaam vreêverbond. „ Weer de kommer, pijn en kwelling,

„ Schenk gezondheid, flille vreugd; „ Lei het fpruitjen, dat het groeie,

„ Tot uwe eer in reine deugd; „ Laat het komende uit zijn wiegjen, .: „ Ondanks zorge, moeite en pijn,

„ Zegevieren op de wereld

,, Eeuwiglijk u eigen zijn. „ Amen, V zij zo, lieve Vader!

,, Uwe wil is wijs en goed, „ Somtijds fchuilt in tijdlijk bitter,

„ '/ Eeuwig fmaaklijk hemelzoet.''1 Ach! hoe lieflijk jlaapt het bloedjen,

Door de pijn en 't fchreien moé, Schuiven wij het wiegekleedjen

Zachtjens over V Kindjen toe.

tK. 't Stukjen is wel getroffen — ik wensch nogthans, I dat uw Kindjen nimmer van pijn moge fchreien, ten einde i nwe co rn e li a 'er maar een gedeelte van opzinge.

edelhart. Heb dank!

ik. Mijn tijd is verftreken. — Vaarwel edeluautI I God blijve met u en de uwen!

Ga

Sluiten