Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C t23 )

je jus opftanding: hunne gedaante was gelijk een blikfem en hunne kleeding wit gelijk fneeuw. Ondertusfchen meejien wij, dat 'er nergens zo Jterk van de heerlijkheid der Engelen, als hier van die van christus wordt gefproken, om dat 'er nergens van een glans gelijk die der Zon, met betrekking tot de Engelen, wordt gewag gemaakt.

Doch iemand* zal vragen — van waar — en waar toe dien luister? — Die hemelfche glans werdt hem ongetwijffeld van zijnen Vader medegedeeld, om dat die hem hier in zijne uitnemendheid wilde verheerlijken. — Dat toch was zekerlijk het godlijk oogmerk, gelijk wij moeten opraaaken uit de godlijke- verklaaring, welke wij in het vervolg aantreffen zullen. Die verheerlijking hadt ook bijzonder

haare oogmerken. Zijne verhooging werd hem hier voorfpeld door hemelfche gezanten: dit moest hem dierhalven ter bemoediging verlfrekken in zulke bange tijden en beftrijdingen, als hij onder anderen in Gethfemane zou ondervinden. — Die verheerlijking moest voor jesus Jongeren vooral ook dienen om hen, ten minlten naderhand , te doen begrijpen, wanneer jesus wegging, dat dit voorfpeld was, gelijk ook om hen als dan te leeren opmaaken, wie hij was. Nu toch werden zijne voortellingen, aan welken zij geen geloof gaven , door hemelfche gezanten bevestigd. Men houde hier bij het verband van hei verhaal der EuSngelisten onder het oog. Deeze berigten , gelijk mattheus in het laatfte gedeelte van het voorige Hoofddeel, dat jesus zijn lijden voorfpelde. Maar dat dit zo weinig ingang bij de Discipelen vond, dat een petrus wel zeggen dorst —- dit zal geenszins gefchieden. — Die voorfpelling nu werd bevestigd door deze hemellingen, waar aan de Apostelen geen geloof zouden durven weigeren. — Wij hebben derhalven door den uitgang, waar van m o s e s en elias fpraken, te verftaan zijn lijden en fterven. Want , offchoon anderen dit tegenfpreken (*), lijdt dit echter geene bedenking, dewijl lucas uitdrukkelijk zegt ff), dat zij zijnen uitgang voorzeiden, dien hij zoude volbrengen te Jerujalem.

Sommigen hebben 'er bijgevoegd, dat ook eene der redenen van deze yexfcbjjnittg was om jesus Apostelen te doen geloven, of te verfterketi in dat geloof, dat 'er een leven na dit leven was. Doch, offchoon het ter nadere bevestiging van het geloof der Apostelen in dit ftuk ftrekken kon,

zo

(') Zie h e u m a n n. Ct) 31-

7J. r'" ' ' q«

Sluiten