Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ml

zo kunnen wij nauwelijks begrijpen, dat dit het goddelijk oogmerk zou zijn geweest: daar toch de Apostelen aan die waarheid niet twijffelden. Ondertusfchen dient die gebeurd, tems om ons in het bijzonder te verfterken in die leer.

Op dien berg dan verfcbenen als hemelfche gezanten moses en elias. Men vraagt — waarom juist deze? Verschillende wordt hier op geandwoord. Zo veel is zeker, dat er meermalen van hun bij uitnemendheid boven anderen wordt gewag gemaakt. De hoogere waardigheid dier gezanten zettede aan het gezantfchap en zo aan de verheerlijking van jesus meerderen luister bij. Men doet hier nog meer vragen _ zo als — welk lichaam moses had — welke kleeding zij aanhalden. Wonderlijk zelfs wordt dit een en ander van fommigen beandwoord. — Wij gelooven eenvoudig dat zij of hunne eigene verheerlijkte lichaamen hadeen. of liever dat zij gelijk de engelen, die op aarde kwamen t lichaamen aannamen , gelijk zij zich ook in zulke Ki.ieoingen, waar mede de Engelen in zulke gevallen vernenen, zullen vertoond hebben.

Van meer belang is de vraag, hoe wisten jesus Aposte:en, dat die twee Mannen, welken zij zagen, moses en ei.ias waren? — Gi.-fen konden zij het wel niet. Want tusfchen Engelen, welken in dien tijd meermaalen verfchenen , en moses en elias konden zij met mogelijkheid geen ondcricheid zien: dewijl moses en elias hun in perfoon onbekend waren. Men zou dan kunnen denken , dat zij aan jesus gevraagd hebben, wie zij waren, welke met hem (praken. Dat de Apostelen toch met jesus geIproken hebben in de tegenwoordigheid van moses en elias blijkt uit het zeggen van petrus — laat ons hier dr:e tabernakelen maaken , voor u eenen, en voor m o s e s eenen en voor elias eenen. — Anders zou men kunnen aannemen, dat de Apostelen uit het gefprek van jesus met moses en élias hebben vernomen, wie zij waren. Dit kon zijn gefchied , wanneer de Heiland hunne naamen noemde , of wanneer hij fprak van gebeurdtenisfen onder bun opzigt voorgevallen. Wat men hier van ook verkieze — op eene natuurlijke wijs zijn moses en elias aan de Apostelen bekend geworden. — Zou nu iemand wel gelooven kunnen, dat 'er geweest zijn, welke deze verfchijning van moses en elias alleen aan eene verrukking der zinnen bij de Apostelen hebben toegefchreven. Dit evenwel is zo. Tijd intusfehen zullen wij niet fpillen met het weerleggen van zulk een denkbeeld ; daar men het berigt der

Euan-

Sluiten