Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C U8 )

Maar het een en ander mogt niet algemeen geweren worden, gelijk de Heere jesus zoo menigmaal verboodt, dat men niet zeggen (verbreiden) zoude, wie hij was. Daar voor waren deze redenen. Het volle bezat geen oordeel des onderfcheids genoeg aangaande hunnen lang verwachten m essia. Van zijne heerlijkheid hoorende, en van eene verfchijning van elias • zouden zij aanftonds hem voor den

mess ia hebben uitgeroepen. Het welk wegens de verkeerde begrippen, die men algemeen van jesus Mesfiasfchap koefterde, de akeligfte gevolgen zou gehad hebben. Dan ook zou het gefchenen hebben, of jesus zich zeiven Koning maakte , of hij den Keizer wederfprak. . . Dan zou het meer gefchenen hebben, dat hij een oproermaaker was. Maar nu toonde hij, dat hij geen aardfehen luister, jreene aardfche grootheid, geene eer van menfchen zocht. Neen! ware zijn Koningrijk van deze wereld geweest, zou hij '.ulk een verbod niet hebben gegeven.

Vooral ook moest dit zeggen van den Heiland dienen, om zijne Aoostelen van hunne dwaaze denkbeelden aangaande

den messia aftebrengen. Zij geloofden toch ook,

dat hun messia een aardsch Koningrijk zou oprigten. Nu'konden zij voelen en tasten, dat dit jesus oogmerk niet was. Dan zou hij zich immers voor het oog der menfchen hebben laten verheerlijken, '■ dan zon hij niet gvboden hebben, al wat 'er van zijne grootheid openbaar werdt, te verbergen. •

Verbood dan de Heere jesus de openbaarmaaking van deze ziine verheerlijking, hij Icrde hier mede uitdrukkelijk, dat dit verbod maar voor zekeren tijd was. En dit leert ons, dat wij diergelijke bevelen, zoo als dat jesus verbood te zeggen, dat Hij de christus de Zone Gods was (*) in. dien zin moeten verftaan, dat zulk verboi alleen zekeren tijd duurde, en ophield, wanneer ae redenen,om welken het gegeven werdt, weggenomen waren.

0) Matth. XVI: 20.

©.

Ta Asofterdam, bij M. dc BRUIJN, in de Warmoesftraat.

Sluiten