Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *33 )

, hoo;ajt, uwe zielen niet vermeesteren , en liet zaad van " waarheid, dat in dezelveopfchiet, verflikken mogen. Maar „ zijt gij tczwakom hunne aanvallen te weêrftaan, redt dan uwezielen door de vlugt, en verlaat die vrienden ,dieudoo„' den, die u fchatten , die u verdrukken willen. Iemand mog\: u „' nog zo aangenaam, eene zaak moge u nog zo noodig „ en waardig zijn, verlaat dezelve nogthands, wanneer ze „ zo rterk is, dat ze uw geheel na zich trekken kart. Het is ', u beter, dat gij 't vermaak dezer, dan dat gij de toeko" mende zaligheid derft. Het is voor u een grooter geluk, „ dat gij hier hulpeloos en met kommer leeft, dan dat gij „ 't eeuwige leven verliest. Uwe Ouders, uwe broeders, „ uwe liei'fte vrienden, wier gemeenfehap en bijftand u niet „ minder aangenaam, dan noodig is, trekken u allengs in „ allerlei netten en flrikken , waar uit gij u niet ligt zult „ kunnen ontwarren. Verbreekt den band, die u met deze , „ perfonen verëenigt, hoe fmertelijk dit ook is, ten einde „ gij dit gevaar ontkomen moogt. Gij kunt uwe neiging „ om anderen te krenken, niet te eenemaal bedwingen, zo ,', lang als gij de magt behoudt, van anderen te krenken en „ te beledigen Maakt u fteik, om deze magt, wier mis„ bruik gij niet kunt verhoeden, neder te leggen, en gaat „ in 't gezelfchap van hun, die onder de menfchen niet veel „ gelden, in het rijk des Heeren. Het ambt, dat gij be„ kleedt, biedt allerlei gelegenheden tot zondigen aan; en „ uw hart is zo niet gefteld, dat het deze gelegenheden „ fteeds grootmoedig afweeren konde ; bedenkt u niet lang, „ wat gedaan moet worden ; het beste, dat gij doen kunt, „ zo gij zalig wilt worden, is dit, dat gij die trappen ver„ laat, waar op gij ftaat." — Zo leert jesus. Hoe veele gehoorzame leerlingen heeft jesus, in dien opzigte, onder hen, die zijne leerlingen genoemd willen worden?...

De andere uitzondering, wegens de verlochening der we' reld zullen wij u nog kort voorftellen. Ome liefde valt fontwijlen op zekere aardfche dingen, die eene geoorloofde ett ongeoorloofde zijde hebben, waar in zich het geoorloofde met het verbodene verëenigt. —■ Wij zijn allen zeer genegen , dit foort van liefde te ontfchuldigen. De trek van ons hart overreedt ons, te gelooven, dat het geen bij dezelve zondig is, door het onfchuldige ineen zeker opzigt geheiligd wordt. „Wat is'er, (zeggen wij tot ons zei ven) zo „ rein en zuiver in de wereld, dat niet vermengd is met iet „ onreins? Laat ons voordvaren, zo te handelen, als wij li 3 » 10*

Sluiten