Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het getal der genen, die eindeloos zalig zuMen wordeir, maar meer over de vereischten, die het euiingelie bepaalt, om zalig te kunnen worden, onderling geredend en aangedrongen hadt. °

Die in den Zoone gelooft, heeft het eeuwig leven —

dit is de voornaame inhoud van het euiingelie Maar

een geloof, dat niet leeft door werken, zich niet vertoont door edele daaden, is geheel levenloos en kan geen geloof genoemd worden. — Hierom wordt in de gewijde bladen ten fterkfte op heiligheid aangedrongen; en dezelve als een

wezenlijk vereischte ter zaligheid voorgefteld Zonder hei.

iigmaaking, is de algemeene taal van het enangelie, zal niemand den Heere zien; — Bijgevolg moeten wij hier aanvangelijk geheiligd zijn, zullen wij hier namaals volkomen gezaligd worden.

Om deze waarheid in het helderst daglicht te zetten, zal ik de natuur van een' onheiligen tegen den ftaat van den hemel , dat het geluk der Gezaligden uitmaakt, befchouwen , om te zien , of zo één daar voor bekwaam zij.

Die den hemel ingaan, zullen daar den algenoegzamen God hefchouwen en genieten. — De befchouwingen van Koning daviu fteegen onder een duisterer bedeeling, dan de tegenwoordige, reeds tot zulk eenen trap van verhevenheid , dat hij in verrukking tot God zeide: ik zal uw aangezigt in gerechtigheid aanfehouwen! Dit roemt hij als een geluk oneindig voortreflijker dan alle vermaaken der voorfpoedigfte zondaren. Maar nu is het onmogelijk, dat een onheilige Gods aangezigt immer met vermaak aanfehouwen kan. — Het onnadenkbaar genoegen en de vreugde, welke de zalige inwooners van den hemel hier in vinden, ont. ftaat niet énkel uit de afgetrokkene denkbeelden , die zij hebben van zijne wezenlijke eigenfehappen, maar ook uit de gewaarwording zijner gunfte en liefde jegens hen. —• Dit, dit is het, dat alle hunne befchouwingen den waaren fmaak geeft, en de zielen van alle heiligen verheugt in hemel en op aarde. Hij is een God van ontzachlijke Majesteit en onweerftaanbare magt, van oneindige wijsheid en onbefmette heiligheid, van nimmer dwaaiende rechtvaardigheid, onveranderlijke getrouwheid en onuitfprekelijke goedheid! Deze God, juichen de oprechten, is onze God, hij zal ons geleiden en ons deel zijn in eeuwigheid. — Laat nu een onheilige, een godlooze, met nog zoo veel fchranderheid aan God gedenken, is het niet in die betrekking, hij moet

bee-

Sluiten