Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C i39 )

beeven, alzo hij geen deel heeft aan die liefde, die God in christus den zondaren fchenken wil. Ook zou¬

de hij nimmer, als zodanig, der godlijke tegenwoordigheid kunnen verdragen ; want hoe levendiger denkbeelden hij hadt van de heerlijkheid en volmaaktheid der godlijke natuur, des te meer zou ontroernis hem bevangen, daar hij nu zag zijne ongelijkheid aan dezelve. — Zou zulk een onheilige niet wegvlieden ! Voorzeker, woedende fpijt en nijpende wroeging zoude hier van de akelige gevolgen wezen. — Verbaazende gedachte! Zou een hart, met duivelfche eigenfchappen en driften bezet, de ftraalen der godlijke heerlijkheid kunnen verdragen ? Zoude hij de gezangen en gebeden kunnen aanhooren , die geduurig voor den troon worden opgezonden? Zoude hij kunnen aanfehouwen het geheele heir des hemels, waarin elk. zijn eer en hoogst geluk rekent in het gehoorzamen zijner geboden? —— Dat zij verre! «— Dus kan ook, in dezen opzigte, zonder heiligmaakiog niemand den Heere zien.

Er is meer. De onderdaanen van het hemehch koningrijk vinden eeuwig hun vermaak in den dienst van het volzalig Opperwezen. Zij zingen dag en nagt: heilig, heilig, heilig is de Heere, God de Almagtige! Laat ons nu één oogenblik onderftellen, dat een onheilige in de reine en glansrijke wooningen wordt ingelaten, niets dan verijdeling en fchaamte zoude hij vinden zelfs. in de hoofdbron van zaligheid en eer. Hoe toch zou de tong, aan Godslasteringen gewoon, zich kunnen vereenigen met de welluidende aanbiddingen des hemels? Hoe zouden de lippen , van vuilen laster bezwadderd , de verrukkingen van eeuwigduurenden lof kunnen fmaaken? -r- Terwijl dan de verheerlijkte onderdaanen in dit koningrijk de verrukkendfte lofzangen opzongen, zou de onheilige een foort van domme ftilzwijgenheid moeten oefenen, of indien het mogelijk ware, dat zijn harp en keel zulk een aangenaam geluid vormde, het gezang der ziele, op dat ik zoo fpreke , zou 'er aan ontbreken ; met een woord, de ongeheiligde ziel zou in 't midden der heilige, en triumferende geesten even als die droefgeestige vogel zijn, wanneer hij uit zijne duistere fchullplaats verjaagd en als gevangen is onder de ftraalen van den dag. De zaak is klaar : ftrekt een' onheiligen in dit leven niet de korte oefeningen van den openbaren godsdienst tot last? Is hij niet veel gewoon te zeggen: wanneer zal de nieuwe maan overgaan en de Sabbath voorbij zijn? Men aordeele dan., welk S 2 een

Sluiten