Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 140 )

een ondraaglijke last 'c hem zou wezen de viering van den eeuwigen Sabbath? — Maar juist zulk een Sabbath zal 'er m Gods koningrijk eeuwig plaats hebben ; bijgevolg zal ook, in dezen opzigte , een onheilige nimmer den Heere zien.

Daar te boven : de gelukzaligheid der inwooneren dei hemds befiaat insgelijks in het zien van de heerlijkheid aes verhoogden Heilands. De godlijke Verlosfer leert ons, in zijn Hogepriesterlijk gebed, dat in het zien van hem, de gelukzaligheid zijner Vereerers beiïaat, zo toch badf n;i: ,, Vader ik wil, dat daar ik ben, ook die bij mij zijn , die gi, mij gegeven hebt, op dat zij mijne heerlijkheid mogen befehourven, die gij mij gegeven hebt." — En elderspeloott hi] het, als een groot loon, dat hij zijnen Volke geven zal: „ zo iemand mij dient, die volge mij, en daar 1]5 ben? zal ook mijn dienaar zijn." Christus nu te zien zal den mwooneren van het hemelrijk eene eindelooze vreugde veroorzaaken, wijl ze hier zullen zien hun Verlosler, hun Vriend, hun Koning, hun eeuwig Al I Staa hier

eenige oogenbiikken (lil, onheilige! welk een vermaak

welk eene deelneming zult gij vinden in het heil en de

grootheid van christus? Hij, die de verhevenlle is

diealles heeft om u gelukkig te maaken , hij, zeg ik, is in deze wereld bij u veriigt, gij ziet in hem gedaante noch neernjklieid, om hem te begeeren — waart gij derhalven, als een_ onheilige, in den hemel, het zelfde grondbeginfel zoude in u de overhand hebben; daar men nu geen liefde Jieeit voor jesus, daar heeft men geen lust in zijne tegenwoordigheid; doch jesus, jesus is de vreugd der cewooneren van den hemel ; bijgevolg zal een onheilige nimmer dit Koningrijk zien.

Laat ik dit bewijs een weinig tterker maaken. — TEs u s is heilig , onbefmet, afgefcheiden van de zondaren ; iiij heeft zulk een afkeer van alle zedelijk kwaad, dat hij voor een wijl tijds alle heerlijkheid en gelukzaligheid des hemels ter zijde (telde , om het verinogen en den invloed der zonde m deze wereld, waar in wij leeven, te vernietigen, en zich zei ven een eigen volk te reinigen, ijverig

111 goede werken. Laat ons nu weder een' onheiligen

in den hemel plaatzen, laat ons onderftellen, dat hij zijne zonde herdenkt, die zijn gemoed beheerscht; zal hij dan niet begrijpen, dat hij noodwendig gruwelijk moet zijn in de oogen van hem , dien hij in de wereld veragtte,

die

Sluiten