Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 143T

«melde buitenfpoorigheden zich met vervoerde —- geno* men het ware hem mogelijk, de zalige Engelen m den hemel 'te aanfehouwen, en onder hen te verkeeren zonder die knaagende driften van [nijd en toorn; niet te min zoude hij geen fmaak vinden in de verkwikkelijkfte deelen dier famenleeving; 't is zo, hadt hij een goed en fchrander verftand, het zoude hem mogelijk aangenaam zijn, de hemellingen te hooren fpreken van de wonderen der natuur; en die nieuwsgierigheid, welke, in zekere mate, ook in menfchen van de eemeenfte bekwaamheden valt, zou hem vermaak daar in doen fcheppen, als hij hen die merkwaardige gefchiedenis hoorde vernaaien van den ftaat en verrigtingen der engelen, waar van wij hier op aarde volftrekt niets, altans zeer weinig weten maar gewis moeten de aangenaamfte onderwerpen in

de gezuiverde Gewesten die zijn, welken God en zijnen dienst betreffen. De oneindige volmaaktheden van den algenoegzamen God, de heerlijke eigenfchappen, de liefde de« Zoons, het ondoorgrondelijke Verlosfingswerk, de heiligende werkingen van zijn Geest, waar door hij hen maakte

tot onderdaanen, tot burgers van dit rijk zullen hier

voorzeker de treffendfte onderwerpen wezen. En, zo de zalige Geesten bezig zijn met natuur — of gefchiedkundige zaken, dan befchouwen zij die altijd in betrekking tot God, voor zoo veel hij zijne volmaaktheden ten toon fpreide ra de werken zijner handen en in het beftuur zijner Voorzie-, i nigheid; hier uit vloeit hun vermaak; en dat met enkel uit 1 eene aanéénfchakeling van redenmatige denkbeelden, welken j in ieders verftand ontdaan, maar uit de oefening van die I Godvruchtige en diepeerbiedige neigingen en liefde, welke i natuurlijke overeenkomst hebben met die onderwerpen, j waar over zij met elkander handelen. Kan nu een mensch , die onheilig is, die nimmer denkt op den oorfprong aller

dingen, kan dte in deze zaken eenig vermaak vinden ?

Neen voorwaar! — De hemelfche redenen van dat hemelsch gezelfchap zouden hem nimmer veraangenaamen, hij zoude liever wenfehen bij zulken te zijn, met welken hij hier op aarde een luchtig lied zong, en zich vermaakte in dartelhe| den en dierlijke wellusten. . Is dus het hemelsch gezelfchap, het verkeer, de bezigheid van de verheerlijkte Geesten en onbevlekte Engelen niet gefchikt voor een onheiligen, het daat dan vast, dat zonder heiligmaaking niemand den Heere zal zien. Nog één bewijs ter ftaaving van deze waarheid kan u 0 niet

Sluiten