Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( »5o )

ze ouders hunne lieve kinders! — Zoo zal de dood voor mij éen gewin zijn; en zoudt ge dan uwen ouden zwakken vader niet toewenfchetï, dat hij dit zalig Al haast genieten moge? —— Zo redene ik met mijne kinders

ik. Gelukkige 'man! Gij zijt rijp voor den krin ;

uwer beftemming — binnen weinig dagen zult gij in uw yaderland zijn.

blankhart. Wij hebben nu iet gezien van de voordeelen, die ons de dood zal aanbrengen — maar, wat ik bidden mag, ga dikwerf bij de fterfbedden van godvruchtigen,

daar kunt gij een grooten winst voor u zeiven doen al-

tans Vader blankhart heeft daar dikwerf het wél gehad. ~r- Wanneer wij een Christen zijn hart hooren onderzoeken en zijn voorleden gedrag herdenken, wanneer wij hem zijne dwaasheden en ongerechtigheden hooren ophaalen, zonder pa te laten met eenen aan zijne voorige onderhandelingen met God te gedenken; wanneer wij zien, dat hij deze gewigtige nukken naziet bij het licht van den dag des oordeels én als bij de aanbrekende ilraalen des godlijken Rechter"fioels; wanneer wij hooren.dat hij zich vernedert in het ftof om zijne zonde,zich echter verheugt in de kentekenen zijner genade, en de beloften des euiingelie met blijde hope herhaalt — dit leert ons met onze ziele op een kragtiger en gemeenzamer wijze fpreken van zonde en vergeving,, van dood en eeuwigheid, want het brengt deze geduchte°onder. werpen voor onze oogen, en wel in hunne oneindige aangelegenheid. — Ik ftond,nu ruim twee jaaren geleden , voor het ziekbed en kort daar na het fterfbed van mijnen broeder, met eenigen van onze bloedverwanten, en dit was de taal, die hij tot ons fprak: „ Ik zal eerlang de reize he-

„ melwaard aannemen ik verlange te wezen daar mijn

„ Heiland is" toen hefte hij zijne beide handen naar

den hemel en vervolgde dus: „ ik begeere bij God te zijn,

„ ik hoop, dat ik een oprecht Christen ben. Ik weet,

„ dat ik een groot zondaar ben, maar is christus niet „ in de wereld gekomen , om de grootlte zondaars zalig „ te maaken? Ik hoop van God aangenomen te worden „ door christus jesus — ik heb al mijn vertrouwen „ in hemgelteld en voele Herken troost in mijn gemoed. „ Ik heb in mijn hart onderzocht, hoedanig de blijken mij. „ ner verwachting zijn. _ Zegt de II. Schrift niet, die ge„ looft, zal niet verloren gaan , maar het eeuwig leven „ hebben? — Nu geloove ik, christus héb ik aanges, nomen voor mijn.' Verlosfer, dus z,ai jk 0ok het eeuwig

Sluiten