Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( i5i )

leven beërven. — Zegt jesus zelf niet, die hongert en dorst naar mijne gerechtigheid , zal verzadigd worden « — Zekerlijk honger en dorst ik naar zijne gerech!! tigheid. Ik begeere heilig te zijn. Ik verlange gelijkvormig met God te wezen. Ik heb God lief, ik heb je!' sus christus lief; ik begeer hem nog liever te heb„ ben, hem gelijker te zijn en hem te dienen m den hemel zonder zonde. — Ik heb geloove, ik hebbe liefde, ik hebbe berouw, echter roem ik niet, want ik heb niets !', van mij zeiven: ik zegge dit alles ter roem van Gods ge,, nade ; het is alles'genade. — Ik zegge dan: ik heb get loove, berouw en liefde; maar deze zijn niets zonder christus. Hij maakt alles aanneetnlijk bij den Vader,

' en ik vertrouwe in Hem. Mijne vrienden, ik heb*

„ be gebouwd op jesus — hij is mijn hoope. Is hij desgelijks ook uwe hope? Waarde Broederl Ik zal u eens aan christus rechtehand zien ! — Daar zal ik ook !, onze vrienden zien, die ons eenige dagen zijn voorge, gaan Ik danke u voor alle uwe liefdedienften; gij hebt met mij gebeden, gij hebt mij verkwikt: ik bemin en eer " u nu, maar ik zal u in den hemel ontmoeten: ik ga tot '' mijnen God en uwen God, tot mijnen Vader en uwen

V-ider." Zoo veel genoegen, zoo veel gewin is er

tè vinden voor het fterfbed van een' godvruchtigen. Dit is een godlijk vermaak, dat onze geesten verlevendigt en terwijl de droefheid op ons gelaat gefchilderd is, om het verlies van eenen vriend , gevoelen wij eene blijdfchap m het hart, die kragtig wekt , en de hemel gaat in onze harten open en ftraalt door onze traanen heen. In dezen ftaat van vermenging, van druk en geneugten, zeiden wij onder eene aangenaame verwerring van hartstochten , onzen ftervenden broeder vaarwel. '

ik. Ja blankhart! Op zulken tijd worden onze gedachten opwaard geleid ten hemel, en voorwaard tot den dag der zalige opftanding. Wij openen de oogen des geloofs eö Zien de heilige ziel opvaren tot God — wij zien het zwak en kwijnend lichaam heerlijk uit het graf verrijzen, het ftof affchuddende en de onfterflijkheid aandoende. Terwijl ons geloof den geest onzes verfcheidenden vriends in den hemel volgt, worden wij gewillig en begeerig hem te verzeilen; en zoo nabij de poorten der heerlijkheid gebragt zjjnde, zouden wij gaarn ons affcheid van al het ftoflijke nemen en met den ftervenden heiligen in de wereld der geesten

overSaan' blank-

Sluiten