Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 156-)

di re echter het waare denkbeeld nog wel wat meer ontwik* keld begeeren te zien,terwijl wij het vooral voor de beöeffe-

nmg der godzaligheid nuttig zullen zoeken te maaken.

Wanneer men meer op het verband van jacobus redeneering had gelet, zou men zo ligt van den waaren zin niet zijn afgedwaald. —— De Apostel klaagt hier over, dat Zij eenen rijken man eere gaven door een geringeren voor

hem te lsten wijken en aan de voetbank te plaatfen.

Zulke aanneming des perfoons kwam in het Christendom niet

te pas. Wat! • Die was zonde! En dit betaamde niet»

want het was voor een Christen niet gi noeg bijna alle gebo» den te onderhonden: zo hij maar in één ltruikelde, was hij zo wel een overtreder der wet, als hij die duizende geboden overtreden haL Die één gebod overtreedt is fchuldig aan allen ■ heef dierhaiven dezen zin, die één gebod overtreedt, is zo wel een overtreder van de wet, als bij die de geheele wet overtreedt. ■ Hoe nu is dit te begrijpen? — jacobus leert het ons zelve. — Het gebod (*) •was —— Gij zult uwen Naasten liefhebben als u zeiven. Wanneer ze dit gebod onderhielden was het wel, zegt ja co-

Bus. Maar wanneer zij, Czo vervolgt Hij (f)) den

perfoon aannamen, dan deeden zij zonde en waren overtreders der wet, om dat zij waarlijk deze wet hadden overtreden , hebt uwen naasten lief als u zeiven. Dit wordt

nog_ nader bevestigd door het li vers alwaar jacobus fchrijft: Want die gezegd heeft, Gij zult geen overfpel doen, dik heeft ook gezegd, Gij zult niet dooden. Indien Gil nu geen overfpel zult doen, maar zult dooden, zijt gij een oveptkeder der wet geworden. . DierhaKen blijkt middagklaar uit het verband van ja co. sus redeneering, dat Hij niet wil zeggen, die één gebod van de wet overtreedt, is zo fchuldig als hij, die alle geboden overireedt, maar Hij die één gebod overtreedt,

al houdt Hij alle de overigen, is zo wel een overtreder der wet, als Bij, die anderen, — die veele andere geboden overtreedt. — Dezen zin drukt jacobus met ronde woorflen uit van het n vers, 't welk Hij ter opheldering 'er bij-i

Voegt.

W nneer wij ook een weinig dieper doordenken, wordt alles luidelnktK — Zeer juist heeft één (§) der aangehaalde Udeggers hier al in vioegeren tijd geredeneerd. Hij beroeps

f*> Vs 8. (+1 Vs. ^

(y tr-ANasmijs, - •'

Sluiten