Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 159 )

; Daar wij niec anders bedoelen dan nuttig t« zijn, zullen wij I; dit nog door eenige voorbeelden ter waarfchouwing ophelI, deren.

Men treft menfchen aan, die naarftïg zijn in het kerk gaan, en het uitoeffenen van andere Godsdienstpligten. — Zij zijn ingetoogen van aard — aan overfpel, hoererij en diergelijke ondeugden maaken zij zich niet alleen niet fchuldig: maar zij hebben ook den grootlten afkeer van zulke overtreders van Gods wetten. —In tusfchen zijn zij met al hunne ingetogenheid haatdragend van aard.— Eene kleene belediging zelfs, hun aangedaan, vergeeten zij nooit — hebben zij gelegenheid— zij vergelden dieook.— Vanzulke menfchen —die, als het ware, maar één gebod overtreden (in vergelijking van veele anderen welken zij flipt onderhouden), is het zeggen itan jacobus waarachtig — zij ftaan fchuldig aan de overtreding van Gods wet. Zij zijn zeer fchuldig. Zij over.reden toch juist zulk.een gebod waar op het alles aankomt, vaar door blijken moet, of het overige uit waaren eerbied ot God voorkomt, dan of het alleen fpruit uit eenige na*

uurlijke neigingen. <

Een ander wederom zal in alles veel nut aan de Maatfchap>ij toebrengen, — hij wendt alle zijne poogingen aan om >an eene uitgebreide nuttigheid te zijn —hij is de vraagbaak tan allen — hij vermoeit zich om zich voor ongelukkigen ia ■e bres te ftellen - daar aan offert Hij genoegens, alles op I —en intusfchen die zelfde mensch ftruikelt ia een en is daar

0 oor ten hoogften fchuldig. Veronderftel — Hij wordt in zijen hoogmoed niet geftreeld — men fpreekt hem tegen —. lan is hij onverdraaglijk — dan bederft hij zulk een vermete-

S len — Wat baat zulk eenen al zijne in fchijn Christelijke ' if deugd! — De uitkomst leert, dat de drijfveer van alle zijne » deugden geenszins was eerbied voor God, et overtuiging van | verplichting — maar enkel hoogmoed om van de menfchen \ gezien en geprezen te worden. —

Een derde doet zich insgelijks (door de waarneming van

1 veele Christelijke deugden) voor als een echt Christen ■ 1 Hij is ftipt in de betrachting van uitwendige GodsdienstI pligten — andere zedepligten worden door hem ook ten :{ nauwkeuriüften uitgeöeffend. — Hij heeft onder anderen I zijnen evenmensch niet eenen duit ontftolen. — Welk een 3 Christen! — Maar intusfchen is hij afgerigt op allerlei ftreeken om zijnen evenmensch om den tuin te leiden. — De

\ deugd van zulk eenen is ook maar fchijn. ——

Elk

Sluiten