Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C '87 )

zich ludeke op de Ouden: doch daar hij zelve erkent, dat die niet eenftemmig zijn, bewijst zulks niets. — Dan yoegt hij 'er bij, dat de fpreekwijs niet betekenen kan (lapen gaan, dewijl de Oosterlingen voornaamelijk in het (lapen het hoofd bedekken. — Doch — ook dit wordt al wederom zonder bewijs ter neder gefield. — Dat liet vaisch is, zul.

len wij nog nader aantoonen. ■

Lufft (*) fchrijttook — ,, daar was een fpelonk, waar „ in sAur^ging om zijn gevoeg te doen." Zijn vertaalcr overtuigd, dat dit woorden /.onder bewijs waren, merkt in eene aantekening het volgende aan: „ Dat de voeten dekken „ niets anders betekent als het water te maaken, fchijnt uit „ de woorden van rauwolff, p. 49. duidelijk te zijn: „ als de Oosterlingen wateren willen, zetten zij zig daar toe „ op hunne hakken neder en (laan hun kleed om zig.^" — leder bemeikt dat ook hier wederom niets voorkomt, 'twelk na bewijs zweemt.

Laat ons eindelijk den WelEerw. g. kuipers (f; nog horen. „ De Mahomedanen." (dit fchiijit hij) „ zijn zeer „ zorgvuldig in zig te bedekken , wanneer zij den buik lo\, zen, zie char I>in T. Vil. p. 122 gelijk ook oulmgs de ' Esfeen vo'geiis f l. josephus. — De Hebreen.zondtrden ** zig in zulk een geval insgelijks van alle menfchen af, be" deken zig zorgvuldig en niemand naderde hen. —- De ' heimelijke gemakken zijn daarom in 'tOosten laas, bij den grond, zo dat de klederen he»„ die 'er op gaan , van rondom omringen en zij — naar den letter de voeten be' dekken." Hij beroept zich dan op van hamelsvki. o, ludeke, c h a n 11 l e k en fabkh: maar — bewijzen leest Qjj „iet. Wij hebben ook aüe moeite gedaan om te ontdekken of de Oosterlingen zulke laage gemakken hadden: doch niets daar van hebben wij bij de Reisbefchrijvers aangetroffen.

Wanneer men dierhaiven de aanmerkingen van deze Geleerden nagaat, ziet men ten duidelijkflen, dat zij op geene bewijzen, maar op enkele gisfingen lleunen.

Andere Geleerden zijn daarom van begrip (§), gelijk men uit het aangevoerde reeds heeft kunnen bemerken, dat de jpreekwijs betekent een (laapje nemen. — Wij twijfelen r geen

f O BHb. Oph. U. 136. (t) Manlek, op r,' a r v i e u x , VI. 260, 2(>r.

(i) Wii laten ons niet uit over een derde gevoelen , volgends t welk de fpreekwijs betekenen zou —— zijne fdmenen aandoen. Die

heeft niets voor-, alles tegen zich. Zie Aantek. op iodbke.

Aa 2

Sluiten