Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ien ander enkel nrnr wordt opgegeven, zo is er echter dit Waar aan, dat de oosterlingen, in hun middag-flaapjens vooral, niets meer nodig hebben , dan het hoofd te dekken, dewijl hun opperkleed hen in 't llapen altoos voor dekfel dient. — Dat zij het geheele lichaam bedekken is ook in z»o verre waar, dat hun overkleed het geheele lichaam bedekt. Maar — en hier hebben wij juist het waare bewds voor ons gevoelen — wanneer zij gaan flapen, maaken zij hun overkleed los en bedekken daar mede hunne voeten, leder weet, dat de oosterlingen hunne gordels hebben; daar mede binden zij hunnen overrok op: want deze reikt anders tot ver over de voeten, zo dat die fleepen zou, wanneer ze door den gordel niet werd opgebonden. Wanneer zij dan gaan flapen maaken zij den gordel los, zoo dat het kleed hen tot over de voeten raakt. — Dit bewijst ons s h a w, (*) die hier de waare getuigen is, dewiji hij anders voor het

eerfle gevoelen pleit. ■ Dat kleed is doorgaans wel van

agttien voeten lengte, gelijk hij zegt. Dierhaiven hier

hebben wij bewijs in de gefchiedenis dat de oosterlingen hunne voeten dekten, wanneer zij zich ter flapen nederlagen. Hier ziet men ook de natuurlijkfte rede voor deze benaaming. Zou dan dit eene niet reeds elk overtuigen moeten, te meer daar'er voor het eerfle gevoelen niets, dan

gistingen worden opgegeven?

Dit aangevoerde bewijs klemt te fterker, wanneer wij onder het oog houden, dat de oosterlingen niet alleen hur.no voeten met dat overkleed bedekken, wanneer zij een middagslaapje neemen (f}, maar dat dit kleed altijd wanneer zij flapen, hun dekfel uitmaakt, gelijk shaw duidelijk leert. {%)

Has.eus brengt een ander bewijs bij. Hij beroept zich hier op, dat,daar de ouden blootsvoets gingen,zij voetkleeden in hunnen flaap gebruikten, gelijk de Grieken en Romeinen die ook hadden. Hij haak ruth III: 7, 8, 14 aan, alwaar wij van een voet dekfel lezen, 't welk boaz in den flaap op de voeten hadt. Doch dit bewijs van has/eus gaat in het geheel niet door, dewiji het woord (•*) daar ter plaatze niet moet vertaald worden voet dek fel, maar voeten , gelijk uit eene andere plaats, (jf) alwaar het ook voorkomt, onwederleglijk blijkt, waut daar wordt het bij aan-

ge-

(*) K-Ei* I. D- W- 3'9- Locum (uti & aliam Clarhfiini michaëus.) debemus muntinghio I. I p 12. (-f) Cont". locum. quem nieh. louidat munt.

(S)L. I. C**) flV»TP Ctt) Dan. X: <5, Aa 3

Sluiten