Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vs. 17. door woord vertaald ook een zaak te kennen geeft; maar zijne gisfïng is nog taalkundiger, want om het bijgevoegde 70 hceKvfiév moet het hier door woord overgezet Morden.

Het woord, hier door alomme bekcndmaaken vertolkt, komt, voor zo ver ik weet, maar éénmaal in het N. T.voor, — het werkwoord, dat wij hier vinden, zegt iets voorftellen ©f éek-ewdmaaken, gelijk uit verfeheiden plaatfen kan bewezen worden; maar of het voorzetfel ha joh alomme betekent, is mij nergens gebleken. —— Hierover peinzende, zie ik mijne aantekeningen na, en vinde op deze plaats aangehaald het uitlegkundig magazijn van mijnen geleerden vriend d. c. vak voorst, die waarlijk tot hooger waardigheid, indien men verdienden hulde deed, voorlang moeste

bevorderd zijn. üie geleerde man onderrigt ons, dat

Zijn leermeester l. c. val ckënaak, met de overtuigendfte bewijzen, die zijn Eerwaarde ook te berde brengt, (*} heeft betoogd, dat het faamgevoegde woord hier te kermen geeft, iet pm ft rijd voor ftellen — en dus men het hier verraaien kan, zij /lelden als om jlrijd voor het woord, V welk hun van dit kindeken gezegd was: dat is, de één nam, als het ware, den anderen de woorden uit oen mond; de één jjjhf den anderen ha .. geen tijd om te fpreken, zo was elk genegen, om aan de omftaaners bekend te maaken, het geen hem van dit kind gezegd was.

Volgends deze twee aanmerkingen, zal niets tegen het verband ftrijden, dat wij u nu zullen opgeven.

_ In vs. 17 vinden wij dan , het zien der Herderen van het kind jesus, en tevens een verhaal, van het geen hun de Engel gezegd hadt, aan maria, ozef en allen, die hier tegenwoordig waren.

Ju vs. i3 en 19, de verwondering van hun , die hier tegenwoordig, doch geene bijzonderheden omtrend dezen ge* hoornen bekend waren; en tevens de oplettenhcid van maria, die alle deze zaken in haar hart, als het ware, opgoot, die vergeleek met het geen haar bekend was, en dus daar door in haar geloof aan haaren God en Zaligmaaker verfterkt wierdt.

In vs. 20 bijeevolg het wederkeeren der Herderen naar hunne kudden, God verheerlijkende en loovende, over alles, wat zij geiioord, en gezien hadden, overeenkomitighet geen hun gezegd was.

Met

Sluiten