Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( $9 )

paar tegenwoordig waren , verwonderden zich over deze gezegden. . Doch maria bewaarde deze woorden alle te

famcn , overleggende die in haar harte. Zij bedacht het aankondigen der ontvangenis, de ontvangenis zonder vader, de voorzegginge, de komst der herderen, hun verhaal nopend's de engelen —— dit alles floot ze in haar hart op, en was deswegens vol nagedachten.

Hier op keerden nu de herders weder naar hunne kudden , God verheerlijkende en loovende over alles, wat zij gehoord en gezien hadden. Door de verfchijning des Engels voorbereid, hadden de Herders, het geene zij met zoo veele geringer uiterlijke omflandigheden vergezelfcliapt vonden, zoo weinig voor aanllootelijk gehouden, en aan de andere zijde hadt veel, van het geene hun maria en jozef van het werk, waar toe het kind gefchikt was , zeggen konden, zoo veel toegebragt om hun van de waardigheid van dit kind, als de messias, te overtuigen, dat zij nu, bij het weggaan en op hunne te rug reize, niets anders doen konden, dan God voor het buitengewoone geluk, het welk Hij hun hadt laten ten deel vallen, met eene ontroerde ziel te danken. Ook vertelden zij deze groote gebeurtenisfen aan meerdere Bethlehemmeren; doch een verhaal, het welk van zulke geringe perfonen kwam, maakte nog niet zoo veel opziens , dat het gerucht daar van reeds te Jerufalem en tot ; aan het hof van koning h er odes zou gekomen zijn. Ooit was herodes, volgends het getuigenis van j o z e p h u s , (*) toen op een' reistocht naar Berytus, Tyrus en Ca-farea. , Maar toen de Wijzen te Jerufalem kwamen, was hij derwaards al wedergekeerd.

De Vaders dezer herderen traden weleer te Jerufalem in i den tempel Gods met cijmbalen, harpen en luiten en andere j muftcale inftrumenten, den Heere loovende. Maar is deze ! verblijfplaats te Bethlehem niet eenigermate het huis geworden, in 't midden van het welke God door zijnen Zoon woonde? welaan dan zalige Herders! Gebruikt vrij uwe Her? ders Inftrumenten, om in 't uitgaan, uit deze verblijfplaats van vreemdelingen, nieuwe liederen te zingen van dit feest der bovennatuurlijke geboorte. Dat die zelve inftrumenten i die te vooren dienden om in de fchaduw van uwe boomen uwen arbeid te zingen, en de naamen uwer medeherderen uit te galmen, voortaan den eenigen naam van uwen God en^ Zaligmaaker looven, wiens blaakende liefde t'uwaards gij op

zulk ~m

(O In het XVI. Soek zHner Qwlhiitn.

Sluiten