Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 199 )

! ïulk eene heerlijke wijze befpeurd hebt. Uwe Herdersliede* ren zullen voordaan heilige lofzangen worden, en gij, door

■ eene zalige hervorming, zingende zwaanen aan de Jordaan en

i trompetten Sions Gelukkige Herders dan, welker ijver

zulk een heerlijk en heilrijk loon erlangt. Looft dien herder, die u, zijue geestelijke kudde, hoeden zal tegen het geweld van gevaarlijker leeuwen, dan weleer uwen Vader da vin befprongen.'Looft het Lam, dat in dé Profeetzijën ook den

( naam voert van een Leeuw uit de (tamme Juda, niet om menfchen te verbaazen, maar om ze op te beuren; niet om ze te befpringen, maar te verdaadigen, niet om te kwetzen, maar om te genezen; niet om ze te verfcheuren, maar om ze uit het ijzelijk gevaar van dood en. helle te redden.

Dikwerf'las ik met deelnemend gevoel den lofzang, dien mijn kunstvriend, welke nu onder de gezaligden op hooger toonen zingt, den herderen in den mond legt — zo laat hij hen zingen.

- Hoe druipt Gods voetftap in zijn teedre liefdegangen i

Wij zagen ons , op 't veld, van godlijk-lichr omftraald;

En 'c heilig'Hemelkoor op aarde neêrg'edaald.

Wij hoorden 't konstmuzijk der Serafijnen tongen,

Die 's Hemels eeuwige eer , en de aarde vrede Zongen ,

Nadien God in den mensen, een welbehaagen heeft.

Nu is 't of onze geest door lucht en wolken zweeft.

Gezegend Vrouwe - zaad ! ó Trooster aller Vroomen !

d waare Goël! gij! gij zijt tot ons gekomen ;

Wees welkom ! roepen beemd , geboomte en berg en dal,

Daar ge ons bezoeken komt , 6 Hoeder van 't heelal !

ft Mildgezegend Land! gelukkige Landouwen ! "Die flus dc heerlijkheid des Hemels mogt aanfehouwen, Gij wierd herfchapen in een zalig paradijs; Uw lovertjes zijn zo veel' tongen, God ten prijs, i JMu baart de profetie ons geen meer twijfelingen. | 6 Heilig Wonderkind ! wie kan uw' lof volzingen ï 1 Groei , als de Wilgen aan den vliet! men zal voortaan I Al moest men barrevoets op fclierpe doornen gaan, [1 U volgen: want gij zult uw fchaapjes, in de plasfen

0 Der ftroomende Jordaan, zo wit als bergfneeuw wasfehen: 't Is ons bekend, hoe gij, het tnensclidom ten geval,

1 U dus vernederd hebt! ó Hoeder van 't heelal!

Sluiten