Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 202 )

Wij merken ten dien einde aan: dat het lijden, de verdrukkingen en vervolgingen der waare gelovigen,geen loeVa.lige of bloote uitwerkzelen zijn van de boosheid der menfchen; maar dat God zelf, door zijne bijzondere Voorzienigheid, op eene Hem betaamende wijze, de hand daar in heeft: H,j toch ziet de woede der vijanden tegen zijn volk, hij kent hunne oogmerken, bij weet hunne gedachten , en kan (wanneer het hem behaagt) alle hunne raadflagen verijde. len, hunne magt in een oogenblik verbreken: Maar hij Iaat hun tot een zekeren trap geworden, en hunne woede aanlopen tegen zijne getrouwe Dienaars en de oprechte Belijders zijns naams, zoover zijne vrijmagtige wijsheid en ondoorgrondelijke raad goedvindt Gelijk we dit in 't groote

in geweldige en algemeene vervolgingen eerbiedigen, zo past \ ?"f,00,k 111 het kleiner, en aangaande de bijzondere vijandelijkheden en tegenfpoeden, waar mede elk oprechte te worftelen heeft, te erkennen. Worden wij dan, als Christenen, om eene goede zaak,- ter oorzaake van onze belijde. nis, godvrucht en getrouwheid, gelasterd, verdrukt, benadeeld ; men zie niet op de menfchen zoo zeer die het aandoen, op de werktuigen die 'er toe gebruikt worden, op de vuile grondbeginselen, waar uit dit voorkomt; maar gedenkt, dat het God is , die alle uwe beproevingen heeft verordend die ze beftuurt en bepaalt; en dat mets bij geva , maar alles van zijne vaderlijke hand over u komt. Hij °ZST j bre"gcn al'es, wat hij over u befcheiden heeft. <— Met dat denkbeeld, waarde drukgenooten J zult ge de zwaarlte folteringen verduuren, alle uwe lijdingen zullen ter uwer zaligheid en ter verheerlijking van God en iesus christus verftrekken. _ Met dat denkbeeld zal de' Christen te midden van zijne verdrukkingen met van merken tot zich zeiven zeggen:

Zijn 't ftormen van 't geval, die u dus hevig treffen,

En telkens nederflaan, als gij u op wilt heffen?

Neen! - zie, wie 't lijden zend ; en , fchoon door rouw vermand.

Erken de teekeus van Gods liefderijke hand.

Vooral dan moet ik u onder het oog brengen: dat die beftuunng van God, waar door hij u roept om voor zijnen njmrn en ten gevalle van zijne zaak te lijden, indedaad een voorrecht eene genade is. Voorwaar! hoe veel ver-

SfhS Van. verIVnd'oordeel en g^oel des vleefches! óu houdt veel meer zulk een ftaat voor een bewijs van Gods

haat

Sluiten