Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

("O

sap een zijde laten, en de zaak bezien gelijk ze is, wat kan *er dan voortref ijker genoemd worden, dan te lijden in de zaak en om den naam van den Heere jesus christus, den Koning der eere , den Heer der heerlijkheid, het Hoofd der Engelen, die door het euangeüe de fchoonfte waarheden, het heil der wereld, en de zalige onfterflijkheid heeft aan het licht gebrsgt! Welk een eere dan, een openbaar getuige van zijne waardigheid, een verdeediger zijner zaak te zijn, al moet men 'er om lijden, al moest men 'er voor fterven ! De fchade van dit leven, het verlies van alle aardfche goederen, is gering en komt niet in aanmerking bij het voordeel en de heerlijkheid, die daar op volgt: Dit ichijnbaar verlies zal de grootfta winst opleveren; die zijn leven zal verliezen, om mijnen wil, en des euangeliums wil, die zal het zelve vinden.

Het moet 'er dan ook zoo verre af zijn > waare Christenen, oprechte vrienden Gods! 't moet 'er zoo ver af zijn, u te belgen over den haat der wereld en het lijden, 't welk u in dien weg overkomt; dat gij u in tegendeel zulks tot eene éene eer moet rekenen, voor genade houden, en bidden, dat God u langs hoe meer bekwaam wil maaken, om dezen wereldhaat tegen u te vermeerderen. Alleenlijk, wacht u zorgvuldig, en gebruikt de uiterlte voorzigrigheid, dat gij niet dooi" misdagen, luiheid, kuaade trouw, inhaaligheid, en dergelijke wezenlijke fouten, reden geeft tot lastering; of door laakbare onvoorzigtigbeden , redenlooze eigenzin, nigheid, kwalijk geplaatsten ijver, onbezonnen drift, geestelijken hoogmoed enz., de menfchen van u afkeerigmaakt, uwe vijanden verbittert, en u zeiven veel kwaads op den hals haalt. Een waar Christen moet zodanig leeven in de wereld, dat alle menfchen, zo ze naar waarheid oordeelen, goed van hem fpreken moesten; maar dewijl de wereld doorgaands niet naar waarheid oordeelt, noch kan oordeelen, daarom heet het, wee u als alle menfchen wel van u fpreken! Hebt het 'er dan op gezet, om zoo voorzigtig te wandelen ; en daar gij u altoos aan veelvuldige gebreken en dwaasheden bij u zeiven zult fchuldig kennen, houdthetdan toch ciigt bij den verzoenenden Hoogepriester, op dat gij nimmer van God, rot uwe ftraf, tot een roede uwer onvoorzigtigheid, dwaasheid of hoogmoed, wordt overgegeven aan den moedwil uwer vijanden.

Ziet toe, dat gij in het lijden, dat u van de hand der. menfchen toekomt, om geen andere rede lijdt, dan om zulke zaken, waar over gij op Gods Alwetenheid u beroepen,

" «F

Sluiten