Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *°5 J

en züne Almagt, Wijsheid M Goedheid vertrouwen, en op zijne genade in chiustus u verhaten moost, zeggende: dat onze vijanden zich niet over ons verblijden, want vij

vertrouweft op u *

Hieruit volgt, dat zulke menfchen zich zeiven zeer misleiden die terwijl ze door hunne onvoorzigtigbeden en vereerde driften, al is 't dan ook m eene goede zaak xich zeiven kwaad berokkenen, nogtbancs waanen en zien, daar mede troosten, ja in hunne onbezonnen driftenftijven, dat ze om iesüs wil vervolgd worden, en om de waarheid finaad of fmerte lijden; daar ze ondertusfehen niet om de waarheid, noch ter oorzake van waare liefde tot jesus, maar door eigen fchuld lijden, en zich zeiven door vuige eigen-bedoeling ongelukkig maaken. Zijn er d,e zulk foort vanlijden ondergaan, wier lijdzaamheid ook doorgaands van dien aart is, dat ze zich-zeiven daar in behaagen; dit is voorzeker geen vrucht des geestes, maar een werk des vleefches, een gevolg der verbasterde natuur, geen gave

deNietnaminder bedriegen zich zulke menfchen allerjammertijkst, die zich wijs maaken en daar mede troosten, dat ze kinderen Gods zijn, om dat ze veeld^uk i» de wereld lijden, en niet willen hoopen, dat God zoo onbarmhartig zou zijn, van hen in dit en in het toekomende leven beidt te taffen. Maar zulke menfchen toonen weinig ge, voel van hunne zonden, weinig indruk van Gods hoogheid, weinig bezef van de grootte hunner ftrafwaardigheid te heb-, ben. En 't bewijs, dat ze meenen voor hunnen troost te hebben , is zeer bedriegelijk : fchoon Gods kinderen door menigerlei beproevingen geoefend worden , eenerlei wedervaart toch ook, in veele opzigten, beide den rechtvaardigen en den godloozen; men kan noch het goede noch her. kwaade in dit leven, op zich zeiven, aanmerken als bewijzen van genade. Veele' menfchen zijn zelve, door hunne wangedragingen en onvoorzigtigbeden, oorzaken, moedwillige oorzaken , van 't kwaad dat hun bejegent, en lijden het in den weg van aanvanglijke rechtvaardige vergelding. — Zil men uit zijne verdrukkingen en kruis-wegen , belijnen tot de runfte Gods, dan moet het befluit getrokken worJen uit de oorzaak waarom, en uit de wijze waar op men dit onder* gaat: naamüjk: wanneer men om Gods wil, ter oorzake van de eere zijns naams lijdt, en voords onder al het kruis , dat God ons toezendt, zoo beftaat, dat men er door geoefend worde in den w«£ d«' gerechtigheid, ttf meerttet gebjkvor.

Sluiten