Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *w )

Een Dpmerkfaarhe zal dan nu bij jeremias denken aah zulke voorraadfchuuren , wanneer hij bij dien Propheet leest: (*) „ Doch onder hen werden tien mannen gevon„ den , die tot ïsmaël zeiden, en doodt ons niet; want wij „ hebben verborgene fchatten in 't veld, van tarwe en gerfte ,, en olie en honich." (t) Een voornaam Geleerde evenwel bragt hier tegen dit in, dat het niet waarfchijnelijk is, dat zulk een voorraad van zo veelerlei foort (van tarwe, gerst, olie en honig) onder den grond ergens in een veld zoude begraven worden. — Maar — zulke redeneeringen komen in geene aanmerking, wanneer de berigten der Schrijveren ons leeren, wat waarheid is. Dit nu is hier het geval. Chardin (§) onder anderen leert ons, dat de Oosterlingen insgelijks hunnen wijn onder den grond bewaaren. Waarom dan ook de olie en honig niet? Het begrijpt zich van zeiven, dat men zich niet verbeelden moet, dat men alle» onder een mengde of in ééne put begroef. Voor elk foort zal zeker een put, of een afgefcheiden gedeelte van een put beftemd zijn geweest. — Uit de getuigenisfen van geloofwaardige Schrijvers weten wij dan , dat men dat alles, ja 1 nog andere dingen, ■— kostbaarheden zelfs — in zulke onderaardfche voorraadfchuuren bewaarde. (») Men kan dierhaiven in de aangehaalde gelijkenis van den Zaligmaaker , door goederen ook kostbaarheden verftaan, dewijl het woord onderfcheiden wordt van 't woord gewas, 't welk eigenüïjk vruchten betekent en dierhaiven van allerlei foort van vruchten, welke zijne landen opleverden , verftaan moet worden. — Het is waar het woord goederen (4.) zou wel van vruchten kunnen verftaan worden, gelijk fommigen het ook zoo opvatten (**): maar wij twijffelen of die betekenis wel waarfchijnelijk is, wanneer beide de woorden (gewas Qt) en goederenj op zulke wijs worden te famen gevoegd , als hier ter plaatfe.

Misfehien zijn 'er, welken denken, dat de woorden, welken wij bij ldcas in de gelijkenis lezen, ons in het geheel niet wijfen op zulke onderaardfche voorraadfchuuren , maar

op

(*~) II. XLI: 8.

(+) GaTAKEK bii h A r m e r W. ioo. (j) Bij harmee W D. tl. 195.

(»; Zie faber bij warmer tl. 163 en lufft Bijbelf. Opheld. p. 144-

00 It e n m tj 1, Lij ït in SchoWs.

CÏ10 Tsvwiy.xTx.

Sluiten