Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( )

nhlanders, of zij, die gebrek hebben,bij anderen ter markt:, maar ook anders niet. — Uit dit bewaaren dan kan men begrijpen, hoe de Rijkaart, in de gelijkenis zeggen kon (*): Ziele, gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor veele jaren.

Bij deze gelegenheid moeten wij eene plaats van salomo (.t) aanhaalen, welke men in een land van koophandel veelal verkeerd begrijpen zou. Hij fchreef: wie koorn inhoudt, dien vloekt het volk. Men denkt gewoonlijk aan zulk een' Koopman, welke,om een buitengemeene duurte te verwekken , het door hem opgekochte koorn verbergt, en daar door de markt tot een onmatigen prijs doet rijzen. Doch van zulk eenen fpreekts a l o m o niet. Zulk een Koopman zal ook verkoopen, als hij maar een' zeer grooten prijs weet te krijgen. Maar hij van wien salomo fpreekt, was een mensch, die in tijd van fchaarschheid, uit vrees dat hij nimmer genoeg zou overhouden, of om andere onmenfchelijke redenen , zijn graan niet wil verkoopen, maar voor zich zclven houdt.. Zulk een mensch zou josef geweest zijn , bijaldien hij zijnen Broederen koorn geweigerd hadde. Gelijk dan zulk eenen door het volk gevloekt werdt, zegende men hem, die verkocht, gelijk 'er salomo op laat volgen.

Laat ons nog eene plaats te berde brengen, die men zou kunnen aanmerken, als ftrijdende tegen het geen wij gelteld hebben, dat men onder Israël geen Koophandel in graanen dreef. De plaats leest ge bij ezechiel (§) aldus: Juda tn het land fsraëls waren uwe Kooplieden: met tarwe van Minnit en Pannah en honick en olie en balsem drecven zij onderlingen handel met u. Deze plaats deedt een Geleerde fchrijven: Israël dreef met de tarwe handel in de vcrmaardfte handelfteden. Al het bewijs voor die Helling is in die ééne plaats gelegen. Maar wat volgt daar uit? Van Tyrus wordt 'er gefproken. Deze ftad was zeker eene vermaarde koopftad. Maar dreef Juda en Israël daar mede koophandel ? Alleen noemt de Profeet met nadruk fteden, die aan de grenzen lagen. — Dat die , gelokt door de Ichatten van Tyrus, haare inkomften verkochten, laat zich begrijpen. Anders deed men het in Israël niet. De Profeet wil dan alleen zeggen: „ Zelfs kunt gij Juda en Israël re„ kenen onder de genen, welke met.u, ó Tyrusl handel

„ dree-

C*) Luc. XII: io. Cf) Spreuk. XT: 26. (§) H00M, XXVII: W. it) Paulsen Akkert, oer Oosterl. bi. 155.

Sluiten