Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND.

^\ 2S.

Gij hebt gehoord dat gezegd is: oog om oog , en tand om tand. Maar ik zeg u , dat gij den boozen niet wederJiaat: maar zo wie u op de rechter wange {laat, keert ook de andere toe. En zo iemand met u rechten wil en uwert rok nemen, laat hem ook den mantel. En zo wie u zal dwingen één mijl te gaan, gaat met hem twee mijlen. Geef den genen die iet van u bidt, en keert U niet af van den genen, die van u leenen wil.

matth. V: 38-42.

DE ZELFVERDEDIGING.

Onlangs, in een geleerd gezelfchap zijnde, redende men over de geoorloofdheid van zelfverdediging, in geval ons eigen leven of dat van onzen naasten in gevaar raakte. — Ik vond hier een voorltander van de weerloosheid. — Een raar verfchijnfel in dezen verlichten tijd, alzo hij geen, Dweeper was,noch door eigenbaatige oogmerken tot dit uiterfte vervoerd wierd. Hij ftreed zoo geweldig met de woorden van christus, die ik hier aan het hoofd gezet heb, dat hij zich eer een Voorltander van de zelfverdediging betoonde. Deze redening heeft mij aanleiding gegeven , om over dit onderwerp onzen Medechristenen dit volgende mede te deelen.

III. deel. Ea Dat

Sluiten