Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 221 )

„ over de geringde en beuzelagtigile beledigingen, die in „ geene vergelijking komen bij de pijn en het nadeeldia „ het verlies van een oog of een tand u kosten. Maar ik , „ die gekomen ben om de wet te vervullen , en van v-lfcae „ uitleggingen te zuiveren, zegge u, dat gij in zulke go-in. „ ge gevallen, die niet het leven, het lichaam, of de le,, demaaten raaken, den boozen niet zult wederftaan, door „ wraak daar over te eifchen of te nemen, maar dat gij, als „ u iemand een (lag op de wang geeft, liever danu te wree„ ken, duit, dat hij u op de andere wang Haat; als iemand een „ twistgeding tegen u wil aanvangen over een rok , geef hem „ liever den mantel daar en boven; en als iemand u dwin,, gen wil, een mijl uit uwen weg te gaan, gaat liever^ „ twee mijlen, dan dat gij u daartegen zoudt (tellen, of „ voldoening van zulk een gering ongelijk vorderen."

Konnen wij deuken dat onze Zaligmaaker, indien hij voorhadt de verdediging van ons zeiven en van anderen te verbieden, zich niet kragtiger zou uitdrukken, dan in deze plaats? Dat hij zijne leer alleen zoude ophelderen door de voorbeelden van een flag op de wang , dat meer een hoon dan fmarte is, of het ontnemen van een kleed, of/ het gaan van een mijl? Is het te denken, dat hij zijne voorbeelden van geringe zaken zoude genomen hebben, en de vooraaainfte (tilzwijgends voorbij gegaan zijn? Mag men zich niet verdedigen, om het behouden van zijn leven , zijne kuischheid, zijne ledematen, dan fpreekt het van zelf dat men zulks, om geringer zaken, om een (kg op de wang, een rok, of het gaan van een mijl veel minder mag doen. Maar volgens welke gronden van redening kan men befluiten, dat als men zich niet verdedigen mag tegen een (hg op de wang, tegen het nemen van een rok, tegen het dwingen om een mijl te gaan, men zich ook niet verdedigen mag, als iemand ons wil vermoorden, onze vrouw of dochters verkragten, onze geliefde en hulpelooze vrienden den hals affnijden, onze medeburgers en evennaasten verminken of'ombrengen? Wat wijs en redenlijk wetgever zoude verwachten, dat men dergelijke gevolgen uit zulk eene wet zoude trekken? Al hadt onze Zaligmaaker enkel gezegd, E e 3 » S'j

Sluiten