Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 222 )

„ gij zult den boozen niet wederftaan" zoude niet de billijkheid en het gezond oordeel ons moeten leeren om dat woord zoo ver niet uit te (trekken, dat daar door den boozen voet gegeven wordt, om (trafFeloos en zonder tegenftand allerlei gruwelen te mogen doen? Zoude men niet billijk hebben mogen denken, dat, als onze Zaligmaaker zulk eene nieuwe, zulk eene ongehoorde leere, die van zoo veele fchadelijke gevolgen, tot verderf der famenleeving, zoude verzeld gaan, wilde verkondigen, hij duidelijk zoude gezegd hebben: ,, voordaan zult gij nooit eenen boozen

aanvaller (treffen, of hem verhinderen u te dooden, door „ zulk eenen tegenftand, waar door hij ligtelijk kan ge„ kwetst, verminkt of omgebragt worden;" Maar nu hij zijne leer opheldert door voorbeelden van een flag op de wang enz., wat fchaduw van rede is 'er, om hem zulk een vreemd oogmerk toe te fchrijven, en zijne woorden zo ongelijk veel verder uit te (trekken, dan hij dezelve door voorbeelden verklaart? Ik befluit derhalven, dat al wordt hier van de zelfverdediging gefproken, dat mij niet blijkt, die alleen verboden wordt in zulke geringe gevallen, als de voorbeelden aanwijzen.

Nog eens: onderfteld zijnde, dat onze Zaligmaaker hier de zelfverdediging in allerlei gevallen verbiedt , 't geert mij ten hoogden onwaarfchijnlijk is, echter als wij dit ftellig en willekeurig verbod niet verder willen uitftrekken, dan de Krengde letter vereischt, vinden wij geen fchaduw van verbod van andere onfchuldige menfchen, die onrechtvaardiglijk aangevallen worden , te verdedigen. Dewijl nu de verdediging van anderen niet verboden wordt, zo zouden wij,als wij den aangevallenen konnen helpen, en niet helpen, daar door een fchuldige lijdelijke oorzaak van zijn verderf konnen zijn, en met hem te helpen, alleen eene onfchuldige werkelijke oorzaak van des aanvallers verderf zijn. Elk begriipt ligt wat hij kiezen moet.

Eindelijk, wij vinden geene blijken, dat de Apostelen en Christenen van hunnen tijd geloofd hebben, dat onze Zaligmaker alle verdediging van zich zelf en anderen verboden heeft, 't Is waar, wij vinden geene blijken van het tegendeel;

Sluiten