Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 223 )

deel; maar daar deze leer zoo nieuw en zoo fchadelijk voor de famenleeving was, zoude men niec.verwachten, dat zij ergens van de Apostelen wierdc aangedrongen en duidelijker befchreven? Zoude men niet ten minnen mogen verwachten, dat daar van gewag gemaakt wierdt op zulke plaatzen, alwaar van de bekeering van krijgslieden en overheden gefproken wordt? Dat 'er eenige aanvoering gedaan wierdt,dat zij vermaand werden om van hun ambt af te ftaan en weerloos te wezen? Wij vinden 'er nogthands,mijns wetens ,geen enkel woord van. Wanneer de krijgslieden tot joannes kwamen om gedoopt te worden, en hem vroegen, wat zullen wij doen? geeft hij alleen tot and woord: doet niemand overlast, noch ontvreemdt niemand het zijne met bedrog, en laat u vergenoegen met uwe bezoldingen, (*) Bij de befchrijving van de bekeering van c orne lius,eenenheidenfchen Hoofdman over honderd foldaten(t) en van s eegius paulus, Stadhouder van Cyprus, (§) wordt'er niets gemeld, dat eenigen fchijn geeft, dat petrus of paulus hen vermaanden van hun ambt af te ftaan. Ja, zoniet meer, Apostelen , ten minften pe tr us droeg een zwaard, na dat hij al drie jaaren met onzen Zaligmaaker hadt omgegaan, een zwaard, niet uit pronkzucht, maar om zich en anderen te verdedigen. Hij en de andere Apostelen wandelden met jesus, naar Gethfemane, zonder eenig vermoeden op de gevangenisneming van hunnen meester. Nogthands ging hij uiet ongewapend. Joannes zegt, C») simon petrus dan hebbende een zwaard, trok het zelve uit. En dat'er meer Apostelen toen zwaarden hadden, fchijnt te blijken, uit het verhaal van lucas, als hij zegt: die bij hem wa* ren, ziende wat 'er ge/chieden zoude, zeiden tot hem: Heere zullen wij met den zwaarde jlaaul Oe>. ijl zij nu dit geval niet voorzien kouden, zo volgt, dat zij zich niet gewapend hadden , met oogmerk om onzen Zaligmaaker te

ver-

(•) Luc. IH: 14.

Ct) Hand. X. i$) Hand. XlH.

£0 U. XVIII: 10. Metth. XXV'h 51.

Sluiten