Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C )

Geluk.' de God der Liefde zorgt,

En houdt 't heel-al in flanel j Dees drijvende aard, heel 't Zonneflel,

Zwaait veilig in zijn hand. Natuurgenooten! knielt met mij

Eerbiedig juichend neer! Komt, dat geen gloende Seraphijn

Ons daukbre galmen leer! Neen! uit ons eigen aanzijn vloeit

Een goddelijk gevoel; Welk denkbeeld ! Vreugd , volmaakt geluk,

Mijn Schepper ! was uw doel. Hij fchonk ons, tot het reinst genot

Van eeuwig heil, 't beftaan; De jaaren rollen voord, de mensch

Vangt zijn beftemming aan^ Hij worftelt r.an den Aroom des tijds,

Ontwiklend bloeit hij voord, En waasfcmt dé eeuw'ge levensgeur

In 'i eindloos groenend oord;

De

Sluiten