Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C =34 3

alleen de misdaad dezer vrouwe geweest zij. —— Laat ons het verband inzien.Tn het 17 vs- zegt jehova tegen loth en de zijnen: behoud u om uwes levens wille, en zie niet agter u om, en ftaa niet op deze gantfche vlakte : behoud w naar 't gebergte keenen , op dat gij niet om komt; vervolgens vermeit de'gefchiedfchrijver vs. 23. de aankomst van loth in Zodr, gevende vs. 24 en 25. een tusfchenverhaal over den ondergang van Sodom en de overige Steden, waar op hij vs. 26, de misdaad en de verfchriklij'ke ftraf van loths huisvrouw aantekent. — Men ziet dus uit vs. 17, dat loth en den zijnen niet alleen het te rug zien,maar ook het jlaan blijven verboden zij. —— Zou nu de meening van God in deze woorden wel zijn, dat noch loth noch den zijnen te rug zouden zien, wat 'er agter hen gebeurde ? — Wij gelooven — dat de fpreekwijs meer in zich bevatte — want door het enkel agter om zien zoude waarlijk hunne reis naar Zodr niet vertraagd of gehinderd worden, 't Is hier een te rug zien dat met te rug gaan verbonden is. —— Dus heeft de onbedachtzame vrouw op den weg haaren man en dochteren verlaten , en is ftaan gebleven, om te zien, hoe het met de ftad zoude aflopen, en is veelligt zelve derwaards wedergekeerd, om het een en ander, daar haar hart nog aan vast was, te redden. Hier heeft ze zich dus te verre in het gevaar gewaagd, en is, toen de fulferregen begon , en de aardbeeving eene omkeering van den grond dreigde, door den rook verflikt of door den pek- en

zwavelftroom verteerd. Deze Verklaaring wordt ook

daar door bevestigd, dat de ftraf aan Sodom niet eerder voltrokken wierdt, dan na dat loth reeds in Zodr was binnen geraakt, waar voor men wel een half, indien niet een geheel uur aannemen mag; nadien 'er die tusfehentijd wel is tusfchen den aanbrekenden dageraad en den werkelijken opgang der Zon. In dezen tusfehentijd kon de huisvrouw van loth naar Sodom wedergekeerd en veelligt ook reeds daar aangekomen zijn. Misfc'^ien is dit ook de rede,van de orde, die de Gefchiedfchrijver in zijn verhaal heeft van vs. 23 - 26.

Zeer

È

Sluiten