Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 240 )

in een lustige Iandsdouvve; zij hadt 'er veele goede vrienden en bekenden, en mogej.ijk ook bloedverwanten agtergelaten, als ook haar huis, have en bezitting — hier aan was zij te veel verkleefd; dit deed haar wederkeeren, het godlijk bevel overtreden en haare ftraffe verzwaaren ,• ook zien wij 'er in ongeloof; waar door zij getwijfeld heeft aan het geen de Engel gezegd hadt van de gantfche omkeering dier ftad. Zij geloofde niet, dat het zoo gefchieden zou , ten minften zij wenschte dat het onwaar mogt bevonden worden, en daarom wilde zij eens omzien, of het haar mogte gegund worden, met zoo veel vreugde der waards weer tekeeren, als zij 'er met droefheid uitgegaan was. Daarom noemt de Schrijver van het Boek der wijsheid haar ook een ongeloovige ziele. — Wierdt nu het ongeloof'm moses zoo zwaar geftraft, dat hij even daarom in de woeftijne fterven, en in Canaan niet inkomen mogt; (*) en de ongehoorzaamheid van saul zoo hoog genomen, dat even daarom het koningrijk van zijnen huize (f) weggenomen en aan anderen

gegeven wierdt; geen wonder dan, dat ook deze

vrouwe , om haar wanbedrijf, dergelijke ftraf ondergaan moeste.

Laat ons, mijne Mede - Christenen , in deze vrouw een waarfchouwend voorbeeld vinden, om de godlijke bevelen niet te verftnaaden, maar dezelve volijverig te betrachten, ten einde wij tie godlijke liefde ondervinden en des Hemels zegenimren erlangen mogen. — Dat ons niets in de wereld te dierbaar zij, 'r geen wij niet voor God en zijne zaak , des noods, zouden verlaten —— en voor eeuwige belangen opofferen. ■ Zijn wij in omftandigheden, waar in wij

Vaderland, vrienden, goederen, om des Heeren wil moeten vaarwel zeggen — dat we in dezen aan het wijf loths gedenken — niet te rugwaardt keeren , maar met loth een Zodr zoeken , daar wij vrede, rust en veiligheid vinden.

(*) Nam. XX; tr, 12, 13. (f) 1 Som. XV: 26— 29.

Te Amfterdatn, bij M. de B K UIJ N, 111 ue Warrnoesitraat.

Sluiten