Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( =43 )

werp van ons geheel lot met deszelfs oorzaken en oogmerken, verbindtenisfen en gevolgen, mtsfehien voor ome verheerlijkte oogen ontzwachtelen, de diepe wijsheid van alle zijne wegen voor ons verftand, zoo veel mogelijk is, be~ grijpelijk maaken, en de fterke aanfpooringen tot een vertrouwen op alle zijne thands zoo ondoorgrondelijke fchikkingen mogelijk , indien ik mij van deze menfchelijke uitdrukking bedienen mag, rechtvaardigen zal. — Welk eene heerlijke ftof tot de verhevenfte zaligheid ! — Is het hier reeds zulk een aangenaam vermaak , wanneer men in de ftille eenfame uuren van vroome befpiegelingeti , of bij eene onverwachte verandering van zorglijke omftandigheden, of op den genisten avond van het geheel onrustige leven , een gedeelte van die gebeurdtenisfen , welke aller, fampfpoedigst fcheenen te zijn , ■ geheel onverwacht tot eene aangenaame oplosfing ziet naderen : welk eene onuitfpreeklijke blijdfchap zal het dan niet voor ons verftand zijn, wanneer het zelve de geheele, verrukkelijke eenftemmigheid van alle de zuchten en weeklagten van ons leven , van alle de gebeurdtenisfen en lotgevallen, van het grootlle tot het kleinfte, van het aangenaamfte tot het iammerlijkfte lot, welke, naar hec fchijnt, zoo weinig onderling verbonden zijn , niet meer Jlilzwijgende vermoedt , maar met

verwondering erkent en ondervindt ! Geene ver.

wachting van dien aart kan voor het fchepfel te vermetel, of voor den Schepper te vernederend zijn: wij kunnen niet genoeg verwachten.

Maar , wanneer ik mij nu het edeler gedeelte van het menschdom voorftel op die hoogten , alwaar elk de geheele reeks van zijne doorgebragte , nu van een godlijk licht beglansde dagen der beproeving overziet : dan fchijnen die genen onder hen , welken op een grooter aantal van duistere en zwaarmoedige dagen, dan anderen, te rug zien , door de blijmoedigfte verbaasdheid uittemunten boven de overige tallooze medegenooten van hunne zaligheid. Elk vindt wel zijn geheel lot , der wijsheid van den Oneindigen waardig, en rijk aan opwekkingen tot lofzangen , welke door alle de hemelen wedergalmen ; maar, even gelijk in de zigtbare natuur altijd het ééne werk het andere fchijnt te overtreffen , fchoon zij allen verwonderenswaardig zijn i worden 'er ook in de zedelijke wereld zoII h 3 da-

Sluiten