Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND,

32.

Hebben dan de werkers der ongerechtigheid geene kennis fel die mijn volk op eten, (als of) zij brood aten ? zij en roepen God niet aan.

psalm LUI: 5.

HET BIDDEN VOOR EN NA HET ETEN.

Het lust ons voor het tegenwoordige onze Lezers eens te onderhouden over het bidden en danken voor en na het Eten, 't welk voorheen zeer eenparig bij de Christenen in gebruik was, doch zedert eenige jaaren bij veelen in onbruik , '— in veragting is geraakt, ja zelfs eene fchande geworden is.

Wij zullen bij deze gelegenheid vooraf de woorden van david, welke wij boven dit Vertoog geplaatst hebben, wat

meer bijzonder ophelderen.

Wanneer wij in de Vertaalingen der Geleerden, welken zij van onzen Bijbel hebben gemaakt,invullingen aantreffen, zo als in de gewoone Vertaalingen van dit vers, komen die ons aanftonds bedenkelijk voor. — Hier kwam :er dezer plaatfe bij, dat de laatfte uitdrukking — zij roeptn God niet aan — volftrekt in eeen verband ftaat volgends de gewoone vertaalingen. — Wij twijffelden daarom niet, of men moest eenvoudig vertaaien , gelijk 'er eigentlijk ftaat: zij

eten brood — zij roepen God niet aan.

III. deel. Ii Wij

Sluiten