Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 25a )

Wij floegen bucerus op, welke onze tweede bedenking ontduikt, door tegen de gewoone betekend der woorden aan te vertaaien — zij worden door geen Godsdienst te rug gehouden, of verbonden. —

Venema ontduikt insgelijks die zelfde zwarigheid door het laatfte van het vers over te zetten: God noemen zij niets. (f) —. Doch dit ftrijdt tegen de eenvoudige letter der woorden.

MicHAëLis fchijnt de laatfte uitdrukking met het volgende vers te verbinden. Doch als dan wordt de zin niet minder gedrongen.

Offchoon nu de meeste Geleerden die gewoone vertaaling volgen (§) zijn 'er. echter, welken eenvoudig naar de letter overzetten. — Zo heeft de Targum en eene Arabifche Overzetting reeds. („,) Een ander Geleerde roert de waare vertaaling ook aan. \\~) Voeg 'er nog eenen bij, welke van den anderen waarfchijnelijk niet geweten heeft, C**) en welke aldus vertaalt: zij hebben hun onderhoud van God en evenwel lochenen zij hem. — De laatfte woorden zouden wij liever vertaaien — zij roepen God niet aan, dewijl de fpreekwijs dit beftendig in den Bijbel betekent. — Waarom zouden wij ook die algemeener betekenis — zij lochenen God — moeten aannemen? Hij immers, — gelijk blijken zal — die God, over het voedfel 't welk hij ontvangt, niet aanroept , lochent hem metter daad. — Hoe juist komt dan zulk een zin alhier in het verband te pas, daar het als. een voorbeeld wordt opgegeven, waar uit ontegenzeggelijk, bleek, dat zij God niet in erkentenis hielden , maar hem verlochenden.

Waarom nu heeft men die eenvoudige vertaaling, welke de letter oplevert, niet behouden? — Indien 'er niet vooraf ware gegaan — die mijn volk opeten — zou men nooit anders vertaald hebben dan in dien zin, welken wij verkiezen. — De voorige woorden — die mijn volk opeten — komen ons ook zeer bedenkelijk voor. Wij zagen daar bij naar eene of andere verfchillende lezing uit, maar troffen die niet aan. Want dit geeft of neemt niet, of wij lezen werkers der ongerechtigheid , dan alle werkers der ongerecht

CO Nuïïa Dei rcliaione tenentur. ——

Ct~) Deum nihil vocarunt.

(§) ïtUer alios boys en S> d a t h e.

CO 3- h. michaclis in L'falmos.

C+j J- van voorst in DisT. de Corr. Mafor. p. 51.

CO S v a u k r v. u 1 c h. N. Or. Ml. I Th, f. 25.

Sluiten