Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C =55 )

i vaar was , en men op paulus raad nog eerst iets »'» i haast eeten zou — nam hij brood dankte God in aller. 1 tegenwoordigheid en het gebroken hebbende begon meiB te eeten (*). — Wiens geweten verklaart hem dan niet,, dat hij den naam van Christen onwaardig is, wanneer hij die r pligt des gebeds verzuimt. Christen ! — Christen! —• zij zelve Rechter 1 — Kan God zulk een gedrag goedkeuren? Is dat gedrag ook naar de les om in eeten

I en drinken tot Gods eer bezig te zijn? Is dat ——

j gelijk alles uit en door God is —- alles tot hem weI derbrengen? ——

Of zou zich iemand daar mede kunnen verfchonen, dat het de Mode zoo medebrengt, —« dat men de gewoonten van andere volken, (bij welken men zich niet veragtelijk maaken moet zelfs om Staatkundige redenen) zoo;

geheel en al niet kan laten varen, dat men zich in

alles zoo aan het oude, het (lijve niet kan houden. ——-» Men zou het elders in vreemde landen een ftaaltjen van de Oude Hollandfche boersheid rekenen , wanneer men:

nog openbaar wilde bidden men kan daarom mee

! een enkele zucht zonder dat iemand het bemerken

kan —- danken of bidden. —— Rampzalig denkbeeld! Men mag ■ men moet zich dan fchaamen , dat mem

een God gelooft dat men Gode dankbaar is! *

, Men moet menfchen meer gehoorzaam zijn, dan Gode. — ! Met een woord —— weg dan alle deugd —- alle braafheid ! Het word immers bij andere volkeren geena

ondeugd meer gerekend in onkuifchen wellust, — in overfpel, —— in echtbreuk te leeven. ■ Wee ! hem I dan ook, welke in het vervolg, die ouderwetfche — dies li boerfche deugden zou willen voorpraaten en beöeffenen ! I — Die veragtelijke! — Weg dan ook Oude Hollandfche ij fpaarzaamheid — weg ook Hollandfche fchatten! —I Niets moet paaien kennen ! — Bereken nooit uwe ini komllen, uwe uitgaaven! —— Het is gewoonte, — het > is Mode geworden in den grootllen luister te leeven, — al draagt het einde de last, al maakt Gij honderden ons> gelukkigen dood arm ! —— Wiens ziel - is ze nieD geheel bedorven —— gevoelt hier bij niet het verfoeie(i lijke van zulke wandaad om in zulk een geval den pligt il door de Mode te laten verdringen! —— Men volge , ja

wel!

(•) Uant. XXVII: 35.

Sluiten